Cariësrisico of etiketteren?

Tandartspraktijk, May 2015

In de gezondheidszorg wil men graag etiketten plakken op patiënten. Dat is makkelijk bij het declareren voor zorgverzekeraars en zorgverleners. In de psychiatrie werd zo de DSM-score ontwikkeld. Daarmee hoopte men de zorgzwaarte vast te leggen. Er waren ook artsen bij betrokken die stevige banden met de industrie onderhielden. Psychiater Bram Bakker schreef een mooie recensie over het boek ‘De DSM-5 voorbij!’ van psychiater Jim van Os (De Volkskrant 19-4-2014). Fijntjes liet hij doorschemeren dat de auteur behendig met een grote boog om de status van klokkenluider heen loopt doordat hij er blijk van geeft moeite te hebben met het kiezen tussen de rol van knuffelcollega en belangenbehartiger van de mentaal getroffene.

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

http://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12496-015-0051-2.pdf

Cariësrisico of etiketteren?

René Gruythuysen Dr. R.J.M. Gruythuysen is PAOT-docent Kindertandheelkunde/Cariologie. Hij is tevens verbonden aan Tandzorg.nl te Rotterdam. - In de gezondheidszorg wil men graag etiketten plakken op patiënten. Dat is makkelijk bij het declareren voor zorgverzekeraars en zorgverleners. In de psychiatrie werd zo de DSM-score ontwikkeld. Daarmee hoopte men de zorgzwaarte vast te leggen. Er waren ook artsen bij betrokken die stevige banden met de industrie onderhielden. Psychiater Bram Bakker schreef een mooie recensie over het boek ‘De DSM-5 voorbij!’ van psychiater Jim van Os (De Volkskrant 19-4-2014). Fijntjes liet hij doorschemeren dat de auteur behendig met een grote boog om de status van klokkenluider heen loopt doordat hij er blijk van geeft moeite te hebben met het kiezen tussen de rol van knuffelcollega en belangenbehartiger van de mentaal getroffene. Het is al weer dertien jaar geleden dat toenmalige woordvoerders in de kindertandheelkunde, gesteund door de Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde (NVvK) ook iets hadden bedacht om kinderen te ‘labelen’ met betrekking tot het cariësrisico: het Uitgebreid Jeugdconsult (UJC). Men meende het gebitsrisico te kunnen afmeten aan versimpelde 3-puntsschalen voor gecombineerde plaque/bloedingsindex, angst voor de tandarts en de cariësstatus (DMFT/dmft). De geformuleerde criteria waren echter te aspecifiek voor doelmatige toepassing in de praktijk. De (K)NMT nam het advies voor invoering van het UJC gelukkig niet over. Het idee dook echter weer op bij de ontwikkeling van het project ‘Kies voor gaaf’ in 2008. Sommigen vonden het UJC een eerste poging om een beter zicht te krijgen op het periodieke onderzoek bij kinderen. Een voordeel is dat het simpel is uit te voeren. Echter het instrument maakt te weinig zichtbaar van de processen die zich in de mond van het individuele kind afspelen. Het UJC beantwoordt niet aan de vraag naar ‘maatwerk’. Bovendien is coöperatie van de ouders (zoals in het Nexø-model) voor verbetering van de mondverzorging belangrijker dan het de coöperatie van het kind. In de richtlijnontwikkeling probeerde de woordvoerder van ACTAKindertandheelkunde het UJC zonder degelijke argumentatie tevergeefs opnieuw op de agenda te krijgen. Een volgende poging werd na de richtlijnontwikkeling door de NVvK ondernomen in samenwerking met ACTA. Daarbij werden nog een paar extra achtergrondvariabelen geïncludeerd, zoals het opleidingsniveau van de moeder/verzorger, de aanwezigheid van compromitterende medische factoren, ontwikkelingsstoornissen (uiteraard mocht de kaasmolaar, het ultieme troetelkind in de kindertandheelkunde, niet ontbreken), etc. Gaandeweg verschoof het doel om het ‘cariësrisico’ te bepalen op naar het bepalen van de ‘zorgzwaarte’. Niet vreemd, want met dat laatste heb je een ijzersterk argument in de hand om euro’s bij de zorgverzekeraars los te peuteren. Alle flauwekul ten spijt heb je voor het bepalen van het cariësrisico heel weinig nodig. Achtergrondvariabelen uit de anamnese en het mondonderzoek zijn zinvol om te weten, maar zijn niet van belang om het actuele risico vast te stellen. Zo zijn er kinderen bij wie je plak aantreft, maar geen cariës, en het omgekeerde komt ook voor. Het enige dat telt is de zichtbaar aanwezige cariësactiviteit. Die dient te worden vastgelegd (bij voorkeur met klinische foto’s om extra feedback te geven) en met de ouders van het kind in neutrale woorden (niet-verwijtende toon) te worden besproken. De conclusie naar aanleiding van de geconstateerde cariësactiviteit (wel of niet aanwezig) is aan de ouders. De impliciete zorgvraag van kinderen betreft het begeleiden naar mondgezondheid, niet het plakken van etiketten. Dat doe je op flessen, niet op kinderen.


This is a preview of a remote PDF: http://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12496-015-0051-2.pdf

Dr. R.J.M. Gruythuysen. Cariësrisico of etiketteren?, Tandartspraktijk, 2015, 16, DOI: 10.1007/s12496-015-0051-2