Dan gaan ze maar huilen

Skipr, Mar 2017

Veertig jaar geleden lag ze nachtenlang bang en eenzaam in het ziekenhuis. Nu mag Els Rozenbroek gelukkig sneller naar huis.

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12654-017-0041-0.pdf

Dan gaan ze maar huilen

Dan gaan ze maar huilen Veertig jaar geleden lag ze nachtenlang bang en eenzaam in het ziekenhuis. Nu mag Els Rozenbroek gelukkig sneller naar huis. - Tamandelen. Ik herinner me dat ik na de ingreep wakker Toen ik een jaar of tien was, werd ik geopereerd aan mijn werd op een schaars verlichte zaal. Het was de tijd dat grote mensen nog dachten dat het niet goed was voor kinderen om hun ouders op bezoek te krijgen. Dan gaan ze maar huilen en dat is nergens goed voor, zo was de redenatie. Ik zie me nog liggen in het vreemde bed met de wit gesteven lakens. Mijn keel deed pijn. Ik moest plassen, maar durfde mijn bed niet uit. Om me heen hoorde ik gesnik. De peuter in het ledikantje naast me kreunde zachtjes. De dag gleed voorbij, het werd avond en nacht. Ik was bang dat ik mijn ouders nooit meer terug zou zien. De volgende dag kwam mijn moeder me halen en kreeg ik een ijsje. En de nieuwe Tina. En boterhammen met aardbeienjam waarvan de korstjes waren weggesneden. Mijn zusje gaf me haar pop. “Daar mag jij vandaag mee spelen”, zei ze ernstig. Ik ben zelden in mijn leven zo gelukkig geweest. Paar uur En nu is het meer dan veertig jaar later en word ik opnieuw wakker na een operatie. Ik ben niet bang dat mijn moeder me is vergeten. Zij is dood en kan geen boterhammetjes meer voor me smeren. Bovendien hoef je tegenwoordig maar kort in het ziekenhuis te blijven. Het zou me niets verbazen als je bijvoorbeeld een paar uur na een openhartoperatie alweer naar huis mag. Ik wil het vragen aan de verpleegkundige in de uitslaapka Gastschrijver Els Rozenbroek is hoofdre mer, maar kan de woorden niet vinden. Ze frummelt aan mijn infuus en geeft me een tikje tegen mijn wang. “Hoe voelt u zich?”, vraagt ze. Lief dat u het vraagt, maar ik heb geen idee. Bovendien kan ik niet praten. Ik ben heel erg slaperig ziet u. Vindt u het goed dat ik mijn ogen weer sluit? Mooi en jong De gynaecoloog komt langs. “De operatie was een groot succes”, lacht ze. Ik kijk naar haar gezicht en vraag me af hoe je zo mooi en zo jong kunt zijn en toch al specialist in een academisch ziekenhuis. Ik til mijn hoofd op om te kijken welke pumps ze vandaag draagt. Mijn dokter loopt altijd op de mooiste schoenen. Soms zijn haar hakken wel tien centimeter hoog. Vandaag draagt ze lichtgroene operatiekleding en witte klompen. Die staan lang niet zo leuk als haar donkerblauwe laarzen. Gelukkig, ik houd nog steeds van mode, anders zou ik niet op de schoenen van mijn arts letten. Helaas, ik kan nog steeds niet praten. Er is maar een ding dat ik kan doen: wegdoezelen. Vier uur later stopt mijn man me onder een plaid. Hij streelt mijn wang en zet een kop thee. Hond Willem ligt aan mijn voeten, kwispelt met zijn staart en zucht van geluk omdat de vrouw weer thuis is. Mijn buik doet pijn en ik heb zin om te huilen. Ik neem een slokje. “Ik ga even slapen”, zeg ik bibberig. Gelukkig, ik heb mijn stem weer terug.


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12654-017-0041-0.pdf

Bohn Stafleu van Loghum. Dan gaan ze maar huilen, Skipr, 2017, 17-17, DOI: 10.1007/s12654-017-0041-0