Sneller, beter, goedkoper

Huisarts en wetenschap, Sep 2017

E-health is het gebruik van ict om gezondheid(szorg) te ondersteunen of te verbeteren. E-health is hot. Beleidsmakers zien het als een vehikel voor zelfredzaamheid en daarmee als panacee voor de almaar stijgende zorgkosten.

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-017-0292-4.pdf

Sneller, beter, goedkoper

Sneller, beter, goedkoper 0 Bart van Pinxteren Bart van Pinxteren is huisarts in Gezondheidscentrum Oog in Al , Utrecht - E-health is het gebruik van ict om gezondheid(szorg) te ondersteunen of te verbeteren. E-health is hot. Beleidsmakers zien het als een vehikel voor zelfredzaamheid en daarmee als panacee voor de almaar stijgende zorgkosten. Als huisartsen een nieuwe e-healthtoepassing onder ogen krijgen, is hun eerste vraag meestal of de effectiviteit ervan wel is aangetoond. Een goede vraag, maar huisartsen realiseren zich niet altijd dat een flink deel van ons dagelijks handelen evenmin wetenschappelijk is onderbouwd. Zo is er eigenlijk geen onderzoek verricht naar de behandeling van blaasontsteking bij mannen. En wat te denken van alle ‘patiënten’ met spreekkamerhypertensie, die wij jarenlang antihypertensiva voorschrijven? Desondanks is evidence-based werken onze tweede natuur geworden en dat is een groot goed. Daarmee onderscheiden wij ons van kwakzalvers en voorkomen wij dat we te snel nieuwe (‘nog krachtiger’) geneesmiddelen voorschrijven. Het helpt ons bovendien de zorgverzekeraar ervan te overtuigen dat die een bepaalde behandeling moet vergoeden. Naar de effectiviteit van e-health is echter relatief weinig onderzoek gedaan. Ondertussen is onze maatschappij in een moordend tempo aan het digitaliseren, ook de zorg, waardoor er een vloedgolf aan sensoren en applicaties op ons afkomt. Hoe kun je als huisarts beoordelen welke toepassing je beslist moet inzetten en welke je juist beter links kunt laten liggen? Daar is goed onderzoek voor nodig. Maar een groot probleem bij het onderzoek naar de effectiviteit van e-health is dat de ontwikkelingen zo snel gaan dat een applicatie vaak alweer verouderd is op het moment dat een artikel ter publicatie wordt aangeboden. Dat maakt de weg vrij voor implementatieonderzoek, waarbij een (huisartsen)praktijk een e-healthtoepassing selecteert waarvan wordt verwacht of mag worden aangenomen dat die effectief is. Op die manier kunnen we de praktische aanpak gestructureerd beschrijven en de effecten op acceptatie, workflow, kosten en medische uitkomst zorgvuldig vastleggen. In mijn ogen zou zo’n nieuwe ehealthtoepassing dan vervolgens effectief genoemd mogen worden als aan ten minste een van de volgende drie criteria wordt voldaan: 1. De service voor patiënten verbetert, bijvoorbeeld doordat zij sneller worden geholpen of niet meer naar de praktijk hoeven te komen. 2. De zorg verbetert inhoudelijk, doordat er beter een diagnose kan worden gesteld of doordat de klinische uitkomst verbetert. 3. De zorg wordt efficiënter, zodat de kosten dalen en de zorg goedkoper wordt. Het implementatieonderzoek leert ons of een e-healthtoepassing de zorg sneller, goedkoper en/of beter maakt. Als de toepassing aantoonbaar aan geen van de drie criteria voldoet, kunnen we deze ontraden. Het is echter niet nodig dat de toepassing aan alle drie de criteria voldoet. Zo kan de inzet ervan al zinvol zijn als als de zorg efficiënter wordt, zonder dat deze ten koste gaat van de service of de klinische uitkomst. Ik hoop dat we veel degelijk opgezet implementatieonderzoek naar e-health mogen begroeten. ▪


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-017-0292-4.pdf

Bart van Pinxteren. Sneller, beter, goedkoper, Huisarts en wetenschap, 2017, 479-479, DOI: 10.1007/s12445-017-0292-4