Leren van evidence-based besluitvorming

Huisarts en wetenschap, Sep 2017

Patiënten verwachten dat een huisarts zorgvuldig onderbouwde beslissingen neemt. De huisarts zal hiervoor kennis van recent wetenschappelijke inzichten moeten combineren met de situatie en wensen van de patiënt en de eigen klinische expertise. Dat is wat we verstaan onder evidence-based medicine (EBM). Hoe leren aios dit op de werkvloer en leren opleiders ook van aios?

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-017-0288-0.pdf

Leren van evidence-based besluitvorming

Leren van evidence-based besluitvorming Patiënten verwachten dat een huisarts zorgvuldig onderbouwde beslissingen neemt. De huisarts zal hiervoor kennis van recent wetenschappelijke inzichten moeten combineren met de situatie en wensen van de patiënt en de eigen klinische expertise. Dat is wat we verstaan onder evidencebased medicine (EBM). Hoe leren aios dit op de werkvloer en leren opleiders ook van aios? 6 0 j a a r h u i s a r t s & - Momenteel besteedt de huisartsopleiding vooral aandacht aan de eerste drie theoretische stappen van EBM: het stellen van de juiste, klinische vragen, het verkrijgen van het best beschikbare bewijs in de literatuur en het op waarde schatten van dit bewijs. Dit wordt onderwezen tijdens de terugkomdagen op het opleidingsinstituut. De vaardigheid om onderzoeksresultaten te integreren in de eigen klinische expertise en de wensen en voorkeuren van de patiënt zijn echter lastig aan te leren tijdens theoretische lessen. Het is niet duidelijk wat de beste methode is om EBM te leren toepassen op de werkvloer. Door de toename aan wetenschappelijke literatuur en richtlijnen heeft de huisarts van de toekomst nieuwe vaardigheden nodig. Hij moet de basisvaardigheden hebben om richtlijnen, wetenschappelijke artikelen en andere evidence te vinden en op waarde te schatten, maar hij moet dit vooral ook op een juiste manier leren integreren in zijn klinisch handelen. De opleider en de aios beheersen beiden specifieke vaardigheden waarbij ze van elkaar kunnen leren op de werkplek: de opleider heeft meer klinische expertise en de aios kan vaak beter omgaan met (nieuwe) wetenschappelijke informatie. Eerder onderzoek liet zien dat het leren toepassen van EBM een multifactoriëel proces is, dat niet alleen valt te leren tijdens de terugkomdagen op het opleidingsinstituut.1 Het leerproces vindt vaak op een informele manier op de werkvloer plaats. De huisartsopleider is een belangrijk rolmodel voor de aios, maar de opleider leert ook van de aios door discussie, observatie, reflectie en andere onbewuste leerprocessen. Toch lijkt de huisartsopleider niet altijd een ideaal rolmodel: onderzoek laat zien dat artsen het nemen van evidence-based beleidsbeslissingen niet altijd gemakkelijk vinden en het daarbij ook lastig vinden om hun beslissingen expliciet te onderbouwen.2 Veel beslissingen verlopen volgens zogenoemde ‘mindlines’: geïnternaliseerde, onbewuste richtlijnen die artsen in de loop van hun carrière hebben opgebouwd op basis van informatie die zij ooit hebben gelezen of gehoord in artikelen, nascholingen of gesprekken met collega’s.3 Daardoor is het lastig gezamenlijk te leren van onderbouwde beleidsbeslissingen en kan het nodig zijn te onderzoeken hoe dit leren nu precies plaatsvindt en hoe het, indien nodig, verbeterd kan worden. Een groot deel van het EBM-leerproces vindt waarschijnlijk op de werkvloer plaats. Naar een beter leerproces Waarschijnlijk vindt een groot deel van het EBM-leerproces plaats op de werkvloer, waarbij de opleider een belangrijk rolmodel is voor aios en de opleider ook leert van de aios. Om beiden optimaal te ondersteunen in dit leerproces is het belangrijk meer zicht te krijgen op de manier waarop aios en opleiders op dit moment leren EBM toe te passen op de werkvloer. De hamvraag is daarbij: hoe leren aios en opleiders in de dagelijkse praktijk om EBM toe te passen en hoe kunnen we deze leerprocessen ondersteunen en verbeteren? ▪ Literatuur Op pagina 450 besteedt Marlous Kortekaas ook aandacht aan evidence based medicine. In de rubriek (Ver)Stand van zaken geeft de aiotho (arts-in-opleiding tot huisarts-onderzoeker) een korte samenvatting van de literatuur die heeft geleid tot de belangrijkste onderzoeks 1 Kortekaas MF , Bartelink MEL , Zuithoff NPA , Van der Heijden GJMG , De Wit NJ , Hoes AW , et al. Does integrated training in evidencebased medicine (EBM) in the general practice (GP) specialty training improve EBM behaviour in daily clinical practice? A cluster randomised controlled trial . BMJ Open 2016 ; 6 : 7172 . 2 Te Pas E , Van Dijk N , Bartelink MEL , Wieringa-De Waard M. Factors influencing the EBM behaviour of GP trainers. A mixed method study . Med Teach 2012 ; 35 : e990 - 7 . 3 Gabbay J , Le May A. Evidence based guidelines or collectively constructed “mindlines?” Ethnographic study of knowledge management in primary care . BMJ 2004 ; 329 : 1013 .


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-017-0288-0.pdf

Lisanne Welink. Leren van evidence-based besluitvorming, Huisarts en wetenschap, 2017, 475-475, DOI: 10.1007/s12445-017-0288-0