In hetzelfde schuitje

Nursing, Nov 2017

Wietse is boos. Als wijkverpleegkundige heeft hij te veelcliënten. Dat maakt dat hij zich al maanden achtereen overbelast voelt. Hij sprak er al eens over met zijn teamleider. Toen werd een collega van hem plotseling ziek. Of hij de cliënten deels wilde overnemen. Op één voorwaarde zei Wietse stellig: hier blijft het bij, ik kan voorlopig echt geen nieuwe cliënten meer aannemen.

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs41193-017-0184-9.pdf

In hetzelfde schuitje

Hugo van der Wedden is interim-verpleegkundige en onderzoeker bij de dementieverhalenbank. Hij schrijft over zijn werk aan het bed en ontwikkelingen in de zorg. www.hugovanderwedden.nl | Twitter @hugovdwedden - ietse is boos. Als wijkverpleegkundige heeft hij te veel cliënten. Dat maakt dat hij zich al maanden achtereen overbelast voelt. Hij sprak er al eens over met zijn teamleider. Toen werd een collega van hem plotseling ziek. Of hij de cliënten deels wilde overnemen. Op één voorwaarde zei Wietse stellig: hier blijft het bij, ik kan voorlopig echt geen nieuwe cliënten meer aannemen. De afspraak werd gemaakt. De afspraak werd geschonden. Nog geen week later belde zijn teamleider opnieuw. Kan hij niet toch nog ergens een gaatje vinden in zijn schema? Er brak iets bij Wietse. Het kleine beetje energie dat nog restte in zijn lijf was plots verdwenen. Hij kon niet meer. ’s Nachts lag hij te janken in zijn bed. De huisarts constateerde een burnout. Binnen no time had Wietse zijn teamleider weer aan de telefoon. Deze reageerde vriendelijk, betrokken en overlaadde hem met excuses. Hij had zich niet gerealiseerd dat de situatie al zo nijpend was geweest en zou heel graag van betekenis willen zijn. Thuiszitten blijkt de oplossing niet. Wietse wil eigenlijk het liefst gewoon snel weer aan het werk, maar dan wel in een realistische context. En hij wil met zijn teamleider praten over de ontstane situatie. Waarom moet hij eerst ziek worden voordat hij serieus genomen wordt? En dat is exact waar hij zo boos over is. De ervaringen van Wietse komen me bekend voor. In Dagelijks leven met dementie beschrijft antropologe Anne-Mei Theeeenzelfde cyclus, maar dan bij mantelzorgers. Na de diagnose worstelen ze met de situatie thuis: een veranderende relatie, onbegrip vanuit de omgeving, angst voor de toekomst. Maar er gebeurt vervolgens niks, ondersteuning blijft uit. De worsteling gaat in de loop van jaren over in een uitgesproken gevoel van overbelasting, en nog altijd gebeurt er weinig. Misschien dat een huisarts of casemanager vriendelijk zegt dat je wel goed op jezelf moet letten, al wordt nooit helemaal concreet hoe je dat dan moet doen. Vervolgens ontaardt de continue overbelasting in een echte ziekte: een gebroken heup na een val van de trap, sepsis op basis van een verwaarloosde ontsteking, hartfalen, een beroerte of een serieuze depressie. Dan pas gaan de radartjes echt draaien en komen zorgverleners en masse in actie. Mantelzorgers voelen daarom regelmatig dezelfde woede als Wietse. Ze gaan structureel over de eigen grenzen heen zonder gehoord te worden en krijgen pas hulp als ze echt ziek zijn, als er een crisissituatie is ontstaan. Wat maakt het toch zo moeilijk voor de zorgsector om te anticiperen in plaats van te reageren? De druk op wijkverpleegkundigen en mantelzorgers gaat de komende jaren flink oplopen, terwijl in beide groepen tekorten ontstaan. Als we op dezelfde manier blijven omgaan met structurele overbelasting is dat een recept voor meer ziekte en frustratie. Maar hoe veranderen we deze cultuur? Wellicht helpt het als mantelzorgers en wijkverpleegkundigen de handen ineenslaan en gezamenlijk gaan werken aan een meer proactieve gezondheidszorg. Als je toch in hetzelfde schuitje zit, lijkt samenwerken het beste wat je kan doen.


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs41193-017-0184-9.pdf

Hugo van der Wedden. In hetzelfde schuitje, Nursing, 2017, 13-13, DOI: 10.1007/s41193-017-0184-9