Antwoorden op de vragen op pagina 25

Nursing, Nov 2017

C De patiënt mag de eerste dagen na het starten met metoclopramide niet autorijden, en daarna alleen als er geen bijwerkingen zijn (bijvoorbeeld vermoeidheid).

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs41193-017-0197-4.pdf

Antwoorden op de vragen op pagina 25

1C De patiënt mag de eerste dagen na het starten met metoclopramide niet tekst Eric de Roode verpleegkundig specialist anesthesiologie E-nursing Heeft u last van bijwerkingen van metoclopramide? Zoals slaperigheid, vermoeidheid, verminderd bewustzijn, verwardheid, bewegingsstoomissen of wanen? 2A Dit medicijn kan elk moment gestopt worden. 3B Het heeft geen zin een vergeten dosis alsnog in te nemen. De patiënt kan de vergeten dosis overslaan en het gebruik hervatten volgens het normale schema. - autorijden, en daarna alleen als er geen bijwerkingen zijn (bijvoorbeeld vermoeidheid). Nee Hoe vaak gebruikt u metoclopramide? Af en toe Elke dag U mag de EERSTE PAAR DAGEN dat u dit medicijn gebruikt NIET autorijden. Na iedere inname mag u 24 UUR NIET autorijden. Heeft u metoclopramide bijvoorbeeld op dinsdag om 8 uur ‘s ochtends gebruikt? Dan mag u woensdag na 8 uur 's ochtends weer autorijden. Ja U mag NIET autorijden Moet u absoluut kunnen autorijden? Overleg dan met uw arts. Mogelijk bestaat er een ander medicijn waarmee u wel mag autorijden. Bron: www.apotheek.nl/medicijnen/ metoclopramide#kan-ik-met-dit-medicijn-autorijden-alcoholdrinken-en-alles-eten-of-drinken Bronnen: - www.cbr.nl - www.apotheek.nl - www.anesthesiologie.nl/ uploads/kwaliteit/Def_RL_ Postoperatieve_pijn.pdf 4A Paroxetine en fluoxetine kunnen de spiegel van metoclopramide laten stijgen en zo de werking van metoclopramide versterken. Beide middelen kunnen – net als metoclopramide – extrapiramidale verschijnselen veroorzaken: stijve spieren, beven, moeite met lopen of praten, rusteloosheid en plotselinge tremoren/ticks. 5A Alle bijwerkingen kunnen optreden, maar slaperigheid komt het meest voor (bij 10-30 op de 100 mensen). Diarree, bewegingsstoornissen (extrapiramidale verschijnselen) en stemmingsveranderingen (zoals depressie) treden iets minder vaak op als bijwerking (1-10 op de 100 mensen). 6B Als monotherapie ter profylaxe van postoperatieve misselijkheid en braken wordt metoclopramide niet geadviseerd. Andere middelen verdienen de voorkeur (bijvoorbeeld ondansetron), vaak als combinatietherapie.


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs41193-017-0197-4.pdf

Eric de Roode. Antwoorden op de vragen op pagina 25, Nursing, 2017, 56-56, DOI: 10.1007/s41193-017-0197-4