Dood en verderf

Nursing, Nov 2017

Na het overlijden van een jonge moeder op de IC heeft verpleegkundige George het zwaar. Bestaat zijn beroep echt alleen uit dood en verderf?

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs41193-017-0195-6.pdf

Dood en verderf

Dood en verderf tekst George Mensink illustratie Stouthandel - en vrouw van 22 jaar met postnatale depressie zag het niet meer zitten en slikte het pakje antijichtpillen van haar echtgenoot. Ze kreeg spijt, maar helaas was het al te laat. Het sterfproces was onomkeerbaar en zou zo’n acht dagen duren. Ze werd kunstmatig beademd, maar was wel nog bij kennis. De wanhoop in haar ogen zal ik nooit vergeten. Daar lig je dan. Begin twintig, een kindje van drie maanden, en de wetenschap dat je dood gaat. Wanhoop Haar echtgenoot kon het niet aanzien. Hij kwam niet op bezoek, maar ik merkte dat zij hem wilde zien. Uiteindelijk kwam hij dan toch naar de IC. Zij keek hem aan, hij keek haar aan. Ze pakten elkaars hand. Ik zag de liefde en de wanhoop overvliegen. Nooit meer heb ik zulke wanhoop gezien in twee paar ogen die elkaar aankeken. ‘Wat moet ik nu?’ vroeg hij mij huilend Nadat zij weer in slaap was gezakt, liet hij haar hand los en kwam naar mij toe. “Wat moet ik nu?” vroeg hij mij huilend. Ik wist het ook niet. Ik vocht zelf tegen de tranen. Blauwe plekken De dag erna was ze niet meer aanspreekbaar. In de dagen die erop volgden viel haar lichaam langzaam uit elkaar. Het raakte bezaaid met blauwe plekken. En inderdaad, na zes dagen overleed ze. Nutteloos Deze jonge vrouw was de derde op rij die in korte tijd overleed op de IC. Ik kreeg het gevoel dat mijn werk alleen nog maar bestond uit het ontnemen van hoop bij mensen. Dat het toch niks uitmaakte wat we deden, ze gingen toch wel dood. Ik voelde me nutteloos. Waarom deed ik dit werk ook al weer? Ik was het even kwijt. Blijdschap Kort daarop ging ik voor een paar dagen naar ons vrouw-kindcentrum op een andere locatie. Ik weet nog goed dat ik in de nachtdienst een patiënte kreeg die bij ons kwam uitslapen na een keizersnede. De baby en de vader kwamen mee. Er was blijdschap, het was hun eerste kind. Ik genoot van die uitgelatenheid. Dit was even wat ik nodig had: het gevoel iets te doen wat ertoe deed. Even geen dood en verderf om me heen. Relativeren Na deze periode heb ik het gevoel van nutteloosheid nooit meer ervaren (en ik ben nu toch al weer heel wat jaren verder). Toch weet ik dat ik de gedachte aan de jonge moeder die zichzelf van het leven benam, altijd bij me zal dragen. Dat is zo’n patiënt die je nooit vergeet. Zo’n patient waar je op het moment van sterven nog aan zult denken. Dat klinkt zwaar, en dat is het ook. Maar dit soort momenten relativeren het leven. Hoe erg het ook is, het kan echt altijd veel erger.


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs41193-017-0195-6.pdf

George Mensink. Dood en verderf, Nursing, 2017, 51-51, DOI: 10.1007/s41193-017-0195-6