Zelfmeting glucose niet nuttig bij niet-insuline-afhankelijke diabetes

Huisarts en wetenschap, Oct 2017

Zelfcontrole van glucosewaarden is gebruikelijk bij insuline-afhankelijke diabetes. Maar is dit ook nuttig bij patiënten die geen insuline gebruiken? Nieuw onderzoek laat zien dat zelfmonitoring niet leidt tot een beter HbA1c of een betere kwaliteit van leven.

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-017-0309-z.pdf

Zelfmeting glucose niet nuttig bij niet-insuline-afhankelijke diabetes

Zelfmeting glucose niet nuttig bij niet- insuline-afhankelijke diabetes Tobias Bonten - Zelfcontrole van glucosewaarden is gebruikelijk bij insuline-afhankelijke diabetes. Maar is dit ook nuttig bij patiënten die geen insuline gebruiken? Nieuw onderzoek laat zien dat zelfmonitoring niet leidt tot een beter HbA1c of een betere kwaliteit van leven. Amerikaanse onderzoekers wilden weten of zelfmonitoring van glucose met een vingerprik effectief is bij nietinsuline-afhankelijke diabeten. In eerstelijns praktijken includeerden ze 450 niet-insuline-afhankelijke diabeten (type 2) met een uitgangs-HbA1c tussen 6,5 en 9,5% (47,5 en 80,3 mmol/mol). PaGezamenlijke eersteen tweedelijnszorg minder effectief dan verwacht Gezamenlijke zorg van de eerste en tweede lijn (‘shared care’) bij chronische aandoeningen wordt vaak als oplossing gezien om de toenemende zorgvraag het hoofd te bieden. Een recente Cochrane-review liet echter nauwelijks effecten zien op klinische uitkomstmaten van shared care bij somatische aandoeningen (zoals diabetes en chronisch nierfalen) en evenmin op zorggebruik en opnames. Alleen bij depressie kan samenwerking tussen huisarts en specialist lonen. Gezamenlijke zorg zou veel voordelen hebben boven de gebruikelijke zorg: meer en betere zorg op maat, kennisoverdracht van de tweede naar de eerste lijn en minder onnodige verwijzingen. De auteurs van de review gingen na of die veronderstelling klopt en vergeleken de effectiviteit van gezamenlijke zorg met die van de reguliere eerstelijnszorg. Zij includeerden 42 onderzoeken, tiënten werden gerandomiseerd in drie groepen: geen zelfmonitoring, eenmaal daags zelfmonitoring of eenmaal daags zelfmonitoring met directe feedback en motivatie via sms. Daarnaast werden patiënten volgens de gebruikelijke zorg begeleid in de eerste lijn. Na een jaar was er geen verschil in HbA1c tussen de groepen met of zonder zelfmonitoring (−0,07%; 95%-BI −0,26% tot 0,12%). Ook was er geen verschil in kwaliteit van leven (SF-36). Andere factoren, zoals de hoogte van het uitgangs-HbA1c en de duur van de diabetes, hadden geen invloed op deze uitkomsten. Dit onderzoek maakt nog maar eens duidelijk dat de gedachten van ‘meer meten’ en ‘zelfmanagement’ niet altijd leiden tot betere klinische uitkomsten op de lange termijn. Het bevestigt de resultaten van een eerdere meta-analyse en komt overeen met de NHG-Stanwaaronder 39 randomized controlled trials, met 18.859 patiënten uit huisartsenpraktijken in twaalf verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Australië en Nederland. De auteurs keken naar groepen patiënten met verschillende aandoeningen: hart- en vaatziekten, diabetes, astma/COPD, chronische pijn en depressie. De gezamenlijk zorg bleek op diverse manieren te zijn georganiseerd, variërend van een (verpleegkundig) specialist in de eerste lijn tot digitale shared care. De effectiviteit werd beoordeeld op de primaire uitkomstmaten systolische bloeddruk, patiënttevredenheid, efficiëntie en kosten van het zorgproces. Door de grote heterogeniteit van de onderzoeken, en wellicht de korte follow-up (6 tot 24 maanden) was er geen verschil in klinische uitkomstmaten als HbA1c, kwaliteit van leven en patiënttevredenheid. Ook wat betreft ziekenhuisopnames en zorggebruik waren er geen duidelijke verschillen. Voor drie uitkomstmaten deed gezamenlijke zorg het wel beter. Patiënten met hypertensie, chronische nierziekte of na een CVA hadden in de shared care-groep een lichte bloeddrukdaling j o u r n a a l daard Diabetes mellitus type 2. Daarin wordt alleen zelfcontrole geadviseerd bij patiënten met insuline. ▪ Young LA, et al. Glucose self-monitoring in noninsulin-treated patients with type 2 diabetes in primary care settings: a randomized trial. JAMA Intern Med 2017 Jun 10 [Epub ahead of print]. van 3,4 mmHg (95%-BI 1,68 tot 5,25; n = 1281). Voor patiënten met een depressie was er een betere behandelingsrespons: RR 1,4 (95%-BI 1,22 tot 1,62; n = 806), en shared care leverde in vijf onderzoeken een correct medicatiebeleid op: RR 1,25 (95%-BI 1,07 tot 1,46; n = 546). Deze review toont de effectiviteit van shared care niet aan. Ook wijzen de resultaten vooralsnog niet op verbeterde efficiëntie of minder zorgkosten. De auteurs adviseren met name bij somatische aandoeningen meer onderzoek te doen naar effectiviteit alvorens shared care te implementeren. Bij de implementatie van shared care in zorggroepen dienen de verwachtingen realistisch te zijn! ▪ Jacqueline van Heiningen Smith SM, et al. Shared care across the interface between primary and specialty care in management of long term conditions. Cochrane Database Syst Rev 2017;2:CD004910. Zie ook de bijdrage van Guy Schulpen op pagina 496: Gezamenlijke eerste- en tweedelijnszorg, te veel onder één noemer?


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-017-0309-z.pdf

Tobias Bonten. Zelfmeting glucose niet nuttig bij niet-insuline-afhankelijke diabetes, Huisarts en wetenschap, 2017, 495-495, DOI: 10.1007/s12445-017-0309-z