‘Geslaagde zorg’: Wanneer is palliatieve zorg geslaagde zorg?

Pallium, Feb 2018

Rob Bruntink

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12479-018-0010-3.pdf

‘Geslaagde zorg’: Wanneer is palliatieve zorg geslaagde zorg?

'Geslaagde zorg' Verpleegkundige bart Cusveller - tevens filosoof en docent/onderzoeanderen het boek Het goede levenseinde in casussen. Hij onderzocht Door Rob Bruntink - ker Zorg & Zingeving aan de hogeschool VIAA in Zwolle − schreef met wat de verleende palliatieve zorg aan mensen met een ongeneeslijke ziekte tot ‘geslaagde’ palliatieve zorg maakte. “Communicatie en de houding waarmee zorgverleners patiënten en naasten benaderen, zijn de belangrijkste factoren die van de verleende palliatieve zorg ook geslaagde palliatieve zorg kunnen maken”, zegt Cusveller. “Mensen moeten zich begrepen voelen. Als dat het geval is, is de tevredenheid over de verleende zorg vaak groot.” Daarmee is niet alles gezegd. Want er is helaas niet één vorm van communicatie of één bepaalde manier van een houding te noemen die per definitie tot goede palliatieve zorgverlening leidt. “Het is erg afhankelijk van de situatie en de context”, zegt Cusveller. “Bij de ene patiënt doe je er goed aan om heel direct en duidelijk te communiceren, bij de andere juist niet. De juiste afstemming zoeken en vinden, gaat dus vooraf aan goede communicatie. En die laat zich helaas niet makkelijk in het algemeen omschrijven.” Dat is ook precies de reden waarom er in het boek geen lijstje is opgenomen van criteria waaraan zorgverleners moeten voldoen. Zo van: ‘Laat de zorgverlening deze inhoud hebben en de tevredenheid van patiënten en naasten over de zorg is vervolgens erg groot.’ Een dergelijk lijstje met ‘Do’s and Dont’s’ is niet te geven, omdat patiënten en naasten onderling veel van elkaar kunnen verschillen, net als de situaties waarin zij zich bevinden. Cusveller: “Je zult dan altijd zien dat een lijstje voor geslaagde zorg op een niet-geslaagde manier toegepast kan worden.” Geen standaard zorg Toch wil Cusveller er in het algemeen wel iets over zeggen. “Want de kans dat patiënten en naasten de verleende palliatieve zorg als geslaagde zorg ervaren, neemt toe als je beseft dat iedere situatie anders is. Met andere woorden: er bestaan geen standaard situaties, dus er kan ook geen standaard zorg bestaan. Telkens weer moeten verpleegkundigen zich afvragen: wat is er in déze situatie nodig? Als de verpleegkundige die vraag in een gesprek met een patiënt uitdiept, is het zaak om te checken of de antwoorden goed zijn begrepen. Hebben we het over hetzelfde? In de praktijk gebruiken patiënten vaak grote begrippen: ze willen ‘waardig sterven’ of hebben ‘angst voor afhankelijkheid’. Maar wat bedoelen zij precies met ‘waardig’ of met ‘afhankelijkheid’? Dat hoeft niet altijd hetzelfde te zijn als wat jij daarbij denkt. Die toenadering zoeken, en daarmee duidelijk maken dat je de patiënt echt wilt verstaan, is een belangrijk ingrediënt om die gewenste geslaagde zorg te bereiken.” Stap twee is vervolgens de kennis die deze gesprekken kunnen opleveren, te noteren in het dossier, zodat andere zorgverleners deze kennis ook kunnen meenemen in hun werk. Deze methodische verwerking is een vereiste om als team betrokkenen rondom één patiënt vanuit een gedeelde werkwijze zorg te verlenen. Dat komt de ervaren kwaliteit van de zorg ten goede. Rob Bruntink is publicist en hoofdredacteur van Pallium.


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12479-018-0010-3.pdf

Rob Bruntink. ‘Geslaagde zorg’: Wanneer is palliatieve zorg geslaagde zorg?, Pallium, 2018, 20-20, DOI: 10.1007/s12479-018-0010-3