Heroïek

Tandartspraktijk, Mar 2018

René Gruythuysen

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12496-018-0024-3.pdf

Heroïek

Heroïek René Gruythuysen | TANDARTSPRAKTIJK 25 - Kind door pedodontoloog geïndiceerd voor traditionele behandeling onder narcose. Op verzoek van moeder nu in de algemene praktijk behandeld met NRC. O‘Cariës is een gedragsziekp 16 februari kopte de NRC: te’. De algemeen practicus krijgt ervan langs. We lezen: ‘Door kinderen en hun ouders te leren hoe je zorgvuldig moet tanden­ poetsen en indien nodig een aan­ vullende fluoridebehandeling te ge­ ven, zijn zeven van de tien gaatjes te voorkomen. En toch doen tand­ artsen in Nederland veel te weinig aan preventie (…) De weerstand heeft ook te maken met de heroïek van het vak.’ Een week later volgde er commentaar op het artikel in de NRC. Daarin werd onder de titel ‘Trammelant in tandartsland’ vooral voor twee zaken aandacht gevraagd. Het tandartsbezoek. Al langer is bekend dat veel kinderen, met name de meest kwetsbare, die de zorg hard nodig hebben, door de tandarts niet worden gezien. Dat kan alleen veranderen door het ontwikkelen van een integrale en georganiseerde mondzorg van de jeugd. Rob Burgersdijk, Cor van Loveren en ondergetekende schreven een pleidooi hiervoor in 2013 dat breed werd gesteund door mondzorgverleners en prominenten in de gezondheidszorg (jammer genoeg niet door de wetenschappelijke verenigingen). Het systeem kan zo worden ingericht dat er eisen aan de zorgverlening worden gesteld. Bijvoorbeeld dat de zorgverlener ondubbelzinnig kiest voor causale zorg en pas symptoombehandeling toepast als die zorg niet toereikend is voor een of meer gebitselementen. Dan is al heel veel bereikt. Een adequate honorering is een volgende stap. De KNMT vond ook dat er onderzoek gedaan moest worden naar de mogelijkheden van georganiseerde zorg voor de jeugd. Wanneer wordt de daad bij het woord gevoegd? De kritiek op de tandarts. De algemeen practicus krijgt een veeg uit de pan. Maar welke groep profiteert nu het meest van het bestaan van de perverse heroïeke prikkels in de zorg? En welke instelling verschaft onderdak aan de opleiding van profiteurs van de perverse prikkels? En welke vereniging steunt systematisch de profiteurs van perverse prikkels? De algemeen practici door het hele land hebben mij vele malen uitgenodigd om te spreken over causale mondzorg. Ik ben één keer door de opleiding van pedodontologen uitgenodigd om hierover te spreken na aandringen mijnerzijds. Ik liet vooral de postdocs zelf aan het woord. Toen bleek dat ze nog weinig kaas hebben gegeten van een causale benadering. Op het eind kwam het hoofd van de opleiding erbij. Ik was net bezig om uit te leggen dat bij kaasmolaren ook nietrestauratieve behandeling mogelijk is. Onmiddellijk leidde dat tot een schoffering door het hoofd van de opleiding: ‘Het is niet de bedoeling dat jij hier iets over kaasmolaren gaat vertellen …’, kreeg ik te horen. Oh, oh, hoe durfde ik het troetelkindje van de pedodontologen ter sprake te brengen! Daarna ben ik niet meer gevraagd. Met het bestuur van de NVvK heb ik ongeveer een jaar geleden uitgebreid gesproken over het dichten van het gat tussen wetenschap en praktijk in de mondzorg voor kinderen. Daar is vooralsnog geen enkele reactie op gekomen. Onder de kop ‘Onthutsend beeld’ staat in het NRC-artikel: ‘Naar schatting tien procent van de Nederlandse kinderen onder de vijf jaar lijdt aan ernstige cariës, dat wil zeggen dat al meer dan zes tanden of kiezen in hun melkgebit zijn aangetast. Dat kan serieuze gevolgen hebben voor het dagelijks functioneren. En ook nadat deze kinderen hun gebit gewisseld hebben blijft het volwassen gebit vaak problematisch, immers het poetsgedrag blijft ongewijzigd.’ Het is echter nooit te laat om in te zetten op een oorzakelijke aanpak. Want ook als het om meer gaatjes gaat kan door preventieve begeleiding restauratie worden voorkomen tot de wisseling. De causale behandeling leidt er, anders dan reparatie (symptoombestrijding!), toe dat de kans op cariës in het blijvende gebit beperkt blijft. De fascinatie voor gave gebitten. Hoe ver gaat die? Is er een verschil tussen het voorkómen van een gaatje bij een kind met een gaaf gebit en het voorkómen van een tweede gaatje bij een kind dat al een gaatje heeft, etc.? De indeling ‘primaire, secundaire en tertiaire preventie’, wat moet je daarmee? Wordt het onderscheid tussen causale en symptomatische zorg wel voldoende begrepen? Dr. R.J.M. Gruythuysen is onderzoeker en PAOT-docent kindertandheelkunde/cariologie. Zijn aandachtsvelden in onderzoek zijn behandeling van diepe cariës en niet-restauratieve caviteitsbehandeling (NRC). Hierover publiceerde hij eerder in TP 46 casussen. Thans is hij tevens begeleider van het project ‘Kindertandheelkunde’ in de mondzorgpraktijk Tandzorg.nl te Rotterdam.


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12496-018-0024-3.pdf

René Gruythuysen. Heroïek, Tandartspraktijk, 2018, 25-25, DOI: 10.1007/s12496-018-0024-3