TP kennistoets maart 2017

Tandartspraktijk, Mar 2018

Bohn Stafleu van Loghum

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12496-018-0034-1.pdf

TP kennistoets maart 2017

TP KENNISTOETS MAART 2017 0 Sinusbodemelevatie - Irfan Abas In ieder nummer van TP verschijnt een kennistoets gebaseerd op artikelen uit dat nummer. Deze draagt bij aan een betere kennisname van de wetenschappelijke inhoud van het tijdschrift en de toepassing van de vergaarde kennis in de dagelijkse praktijk. Op mijn.bsl.nl kunt u inloggen in uw online-abonnement en aldaar van de onderstaande achttien vragen over vier artikelen in dit nummer een selectie van de vragen beantwoorden. 1 Wat zijn bij een sinusbodemelevatie de voordelen van een crestale benadering boven een laterale benadering? (Meerdere antwoorden zijn mogelijk) A Het zicht op het membraan van Schneider is beter. B Het aanbrengen van botpartikels is makkelijker. C De opening naar de sinusbodem wordt afgesloten door het implantaat. D De behandeling is minder traumatisch. - 5 Wordt het maken van een lateraal luik met een piëzoapparaat gezien als een invasieve of een minimaal invasieve behandeling? A Een invasieve behandeling B Een minimaal invasieve behandeling 6 Waardoor wordt de grootte van het laterale luik bepaald? A Door de diameter van de te plaatsen implantaten. B Door de breedte van de sinusliftinstrumenten. C Door de verticale maat waarmee het membraan opgehoogd moet worden. Parodontale nazorg moet! – Jan van Hoeve 7 Welke van de volgende stellingen is/zijn juist? Stelling I Mobiele elementen moeten worden gespalkt om de kans op verder aanhechtingsverlies te verkleinen. Stelling II Bij regelmatige nazorg is de kwaliteit van de mondhygiëne van ondergeschikt belang voor de prognose. A Stelling I en II zijn beide juist B Stelling I is juist en II is onjuist C Stelling I is onjuist en II is juist D Stelling I en II zijn beide onjuist 8 Waarvan is het risico op recidief bij parodontitis afhankelijk? A Van de verhoogde plaque- en bloedingsindex B Van de leeftijd van de patiënt C Dit risico verschilt per patiënt 9 Aan welke voorwaarde moet worden voldaan om parodontale nazorg te laten slagen? A Als patiënt en behandelaar zich na de actieve behandeling volledig inzetten. B Als de patiënt driemaandelijks voor nazorg komt. C Als de plaque-index onder de 20% blijft. D Als er geen bloeding bij sonderen voorkomt. E Als er na actieve behandeling geen pockets dieper dan 3 mm zijn. NWVT beveelt deelname aan deze kennistoets aan 10 Elementen met pockets dieper dan 5 mm zijn op lange termijn als verloren te beschouwen. Is deze uitspraak juist of onjuist? Juist / Onjuist 11 Bij elementen met parodontitis en parodontaal botverlies van meer dan 50% is extractie de eerstaangewezen therapie. Juist / Onjuist 12 Mobiele elementen met pockets moeten altijd gespalkt worden om te voorkomen dat de botafbraak doorgaat en de pockets steeds dieper worden. Is deze uitspraak juist of onjuist? Juist / Onjuist Directe belasting van een solitair element - door Walter van Breda en Hilde de Vree 13 Waarom worden de tijdelijke kronen van vleugeltjes voorzien? A Om ze makkelijker te kunnen vasthouden tijdens de procedure. B Om het verblokken van de tijdelijke abutments na het implanteren te vergemakkelijken. 14 Wat zorgt in deze casus voor een laag esthetisch risicoprofiel? (Meerdere antwoorden zijn mogelijk) A De gemiddelde lachlijn B Het medium gingivale biotype 15 Wie kiest uiteindelijk het juiste te plaatsen implantaat? A De implantoloog B De restauratief tandarts C De tandtechnicus D Implantoloog, restauratief tandarts en tandtechnicus gezamenlijk E Implantoloog en restauratief tandarts samen 16 Omdat er een boormal wordt gebruikt maakt de implantoloog geen controlefoto van de richting van de eerste boring. Is deze uitspraak juist? Juist / Onjuist Kennis over erosieve gebitsslijtage - Vera Verploegen 17 Gebitsslijtage is vaak pas zichtbaar op oudere leeftijd. Is de uitspraak juist of onjuist? Juist / Onjuist 18 Op welke manier ontvangen jongeren het liefst informatie over erosieve gebitsslijtage? A Mondeling van een mondzorgprofessional B Schriftelijk via folders C Een combinatie van beide accreditatie 1 punt 1 punt


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12496-018-0034-1.pdf

Bohn Stafleu van Loghum. TP kennistoets maart 2017, Tandartspraktijk, 2018, 56-56, DOI: 10.1007/s12496-018-0034-1