Aanmeren

Pallium, Feb 2018

Annemieke Talsma

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12479-018-0011-2.pdf

Aanmeren

Artsen die in 2017 de Kaderopleiding Palliatieve Zorg volgden, schreven allen een kort verhaal over een palliatieve zorgervaring. Pallium publiceert een selectie daarvan. In dit nummer een bijdrage van Annemieke Talsma. - Het was heerlijk weer deze week dus fietste ik, huisarts te Rotterdam, naar mijn patiënte aan de andere kant van de Maas. De dochter had gebeld omdat het niet goed zou gaan met haar moeder. Moeder is 72. Ik heb haar nog nooit gezien. Haar dossier is volledig blanco…. Bijzonder. Edelstenen Ik kom binnen in een donker appartement en onderscheid twee vrouwen. Een oudere, blanke vrouw met hoofddoek en ruim zittende kleding en een jongere vrouw. We gaan zitten aan een hoge tafel die voor de helft bedekt is met halfedelstenen. Na mijn vraag: “Wat kan ik voor u doen?” begint de vrouw te vertellen: “Ik geloof in alternatieve geneeswijzen dokter en ik ben mijn hele leven nog nooit bij een dokter geweest”. Ze vertelt dat ze niet gelooft in organen, maar dat lichaam en ziel een geheel zijn. Zo is zij haar hele leven al bezig met voeding en haar lichaam vertelt haar wat goed voor haar is. De laatste jaren eet zij koolhydraatarm, want dat bevalt haar het beste en drinkt ze veel thee. De dochter vertelt dat zij heeft gebeld omdat haar moeder zo wankel ter been is en omdat − hoewel zij altijd al mager is geweest − zij nu wel erg mager is. “Maar ik wil geen onderzoek hoor dokter.” Ze vertelt helemaal eng te worden van vreemde handen aan haar lichaam. Ooit is ze bevallen in het ziekenhuis en dat was een groot trauma. Rugklachten Maar goed, ze heeft vaak pijn in haar rug. Die ontstaat één uur na het eten. Verder eet en drinkt ze niet zoveel, omdat het er anders gelijk van onderen uitloopt. Ze loopt met maandverbandjes met daaroverheen een gaasje dat ze dan af en toe verwisseld. Vroeger heeft ze ooit gewerkt in de verzorging, nu leeft ze al jaren van een bijstandsuitkering. Ze woont al weer acht jaar in deze woning. Nee, vrienden heeft ze niet. Ze verlaat de woning eenmaal per week om de weekboodschappen te doen met haar dochter. Als ze helemaal gek wordt van de eenzaamheid, gaat ze puzzelen of breien. Vroeger heeft ze ooit gesprekken gehad met een mevrouw. Het woord schizofrenie is toen gevallen, maar daarna werd die mevrouw zelf ziek, dus ze twijfelt aan deze diagnose. Ik vraag of ik even naar haar rug mag kijken. Het mag. Ik schrik als ik haar trui optil. Een skelet. Geen kloppijn op haar rug. Als ik haar liggend verder onderzoek en haar trui omhoogschuif, zien de dochter en ik een grote bolvormige zwelling in de bovenbuik. We kijken elkaar aan. “Had u weleens bemerkt dat er een zwelling zit?” vraag ik. Bij het gaan zitten, zie ik dat mevrouw erg pijnlijk is. Ze vertelt een verzakking te hebben, al langer dan tien jaar. Ze wil niet intiem onderzocht worden. “Mag ik alleen even een blik werpen als u staat?” Het mag. Tussen haar benen hangt een meloengrote zwelling. Broodmager is ze en van haar billen is niet veel over. Weten van haar bestaan “Wat kan ik voor u betekenen?” vraag ik als we weer aan tafel zitten. De dochter die het gehele onderzoek doodstil is gebleven, zegt dat ze wilde bereiken dat wij weten van het bestaan van haar moeder. Mevrouw zelf wenst niets. “Als het mijn tijd is, is het mijn tijd.” Ik schets de mogelijkheid van incontinentiebroekjes en misschien wat vette zalf voor de droge huid van haar verzakking. Ja, dat wil ze wel. Als ik voorstel de week erna weer langs te komen, geeft ze aan dat dat veel te veel is. Maar over twee weken, dat moet kunnen. Bij het weggaan vertelt ze mij dat het haar erg is meegevallen. Ze vindt het fijn dat ik ook een vrouw ben. Als ik terugfiets naar mijn praktijk, zie ik de ve le boten over de Maas en aan de kade. Ja, mijn bootje ligt nu naast het hare. Heel voorzichtig heb ik aangemeerd. Annemieke Talsma is huisarts. k tc o S e b o d A 'Mijn bootje ligt nu naast het hare. Heel voorzichtig heb ik aangemeerd'


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12479-018-0011-2.pdf

Annemieke Talsma. Aanmeren, Pallium, 2018, 21-21, DOI: 10.1007/s12479-018-0011-2