ESBL-producerende bacteriën

Huisarts en wetenschap, Mar 2018

Bohn Stafleu van Loghum

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-018-0107-2.pdf

ESBL-producerende bacteriën

GEBRUIKTE BRONNEN Van Driel AA, Stobberingh EE, Verbon A. Wees alert op ESBL-producerende bacteriën. Huisarts Wet ESBL-producerende bacteriën vrijwel nooit. b. Ja meestal wel. 3. Binnen de groep EPB zijn twee soorten bacteriën vooral berucht voor het produceren van ESBL. Welke zijn dit? a. Escherichia coli en Klebsiella pneumoniae. b. Escherichia coli en Staphylococcus aureus. c. Klebsiella pneumoniae en Streptococcus pyogenes. d. Staphylococcus aureus en Streptococcus pyogenes. - met antibiotica wordt gestart. Dit kan echter niet altijd. Welk antibioticum heeft in dat geval de voorkeur bij een urineweginfectie? a. Amoxicilline/clavulaanzuur. b. Ciprofloxacine. c. Cotrimoxazol. d. Nitrofurantoïne. 6. In een meta-analyse uit 2010 werd bij verschillende groepen de behandeling van urineweginfecties met fosfomycine vergeleken met andere antibiotica. Onder andere het gebruikersgemak is een voordeel van fosfomycine. Waarom is bij de herziening van de NHG-Standaard Urineweginfecties toch gekozen om nitrofurantoïne te handhaven als eerstekeuzebehandeling? a. Fosfomycine lijkt klinisch minder effectief. b. Fosfomycine geeft meer bijwerkingen. c. Patiënten ervaren fosfomycine als minder betrouwbaar vanwege de korte duur. d. Van fosfomycine is nog niet aangetoond dat het een lage graad van resistentie behoudt bij toename van ESBL en bij wijdverspreid gebruik. 7. De 28-jarige heer Poirters heeft na onbeschermd seksueel contact met een vrouw last van branderigheid bij het plassen en afscheiding uit zijn penis. De huisarts ziet purulente afscheiding uit de penis en start direct behandeling voor zowel chlamydia (azitromycine 1 g) als gonorroe, in afwachting van diagnostiek (NAAT/ PCR uit eerstestraalsurine). Welk middel is aangewezen voor de behandeling van gonorroe? a. Amoxicilline 3 g eenmalig oraal. b. Ceftriaxon 500 mg eenmalig intramusculair. c. Ciprofloxacine 500 mg eenmalig oraal. d. Doxycycline 300 mg oraal, gevolgd door nogmaals 300 mg na een uur. 8. De 65-jarige heer Korte is varkenshouder. Hij heeft sinds drie weken een wond op zijn onderbeen en sinds gisteren koorts. De huisarts stelt de diagnose erysipelas bij een ulcus cruris. De patiënt heeft niet-insulineafhankelijke diabetes mellitus type 2. Vier maanden geleden was hij een week opgenomen in een Frans ziekenhuis met een pneumonie. De huisarts neemt een MRSA-kweek af. Met welke indicatie doet hij dit? a. Het beroep van de patiënt. b. De niet-insulineafhankelijke diabetes mellitus. c. De ziekenhuisopname. ■ De kennistoets is gemaakt door Anne Klijnsma, werkzaam bij Huisartsopleiding Nederland. Over vragen en antwoorden wordt niet gecorrespondeerd. ANTWOORDEN 1a / 2b / 3a / 4a / 5d / 6d / 7b / 8a


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-018-0107-2.pdf

Bohn Stafleu van Loghum. ESBL-producerende bacteriën, Huisarts en wetenschap, 2018, 69-69, DOI: 10.1007/s12445-018-0107-2