Diagnostische vertraging longembolie

Huisarts en wetenschap, Feb 2018

Bohn Stafleu van Loghum

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-018-0019-1.pdf

Diagnostische vertraging longembolie

Diagnostische vertraging longembolie 1. Hendriksen et al. analyseerden alle patiëntcontacten drie maanden voorafgaand aan de diagnose longembolie. Het aantal dagen tussen het eerste relevante patiëntencontact en de diagnose longembolie was de tijd die de huisarts nodig had om de diagnose te stellen. Hoe definieerden zij het eerste relevante patiëntencontact? Als het eerste contact met een patiënt: a. met risicofactoren voor longembolie. b. waarbij de huisarts een longembolie overwoog. c. met symptomen die passen bij longembolie. - fisch vervolgen. Welke behandeling adviseert de NHG-Standaard? a. Echografisch vervolgen, pas bij aangroei behandelen. b. Medicamenteus, anticoagulantia. c. Geen voorkeur. 4. Een vertraagd gestelde diagnose longembolie in de huisartsenpraktijk heeft volgens Hendriksen et al. te maken met een hogere leeftijd en een presentatie waarbij thoracale klachten (POB en pijn bij de ademhaling) afwezig zijn. Wat is nog meer geassocieerd met een vertraagd gestelde diagnose? a. Actieve maligniteit. b. Recente luchtweginfectie. c. Recente operatie. d. Recente registratie ‘borstkassymptomen’ in het dossier. 5. Mevrouw Gerards (45 jaar) komt bij de huisarts met plotseling ontstane benauwdheidsklachten sinds een dag en pijn rechts op de borst bij diep zuchten. De voorgeschiedenis is blanco. De huisarts vindt bij lichamelijk onderzoek geen afwijkingen (hart, longen, kuiten) en overweegt een longembolie. Hij gebruikt de beslisregel longembolie en komt tot 0 punten. Wat is het correcte vervolgbeleid? a. Expectatief. b. D-dimeer bepalen. c. X-thorax laten maken. d. Direct verwijzen naar de longarts. 6. Mevrouw Vermeer (28 jaar) is zeven dagen geleden bevallen. Sinds enkele dagen is zij kortademig en heeft pijn aan de linker thoraxhelft bij ademhaling. De huisarts overweegt een longembolie. Wat is het aangewezen beleid? a. Bepalen van de risicoscore volgens de beslisregel longembolie (Wells regel). b. Bepalen van de D-dimeer. c. Verwijzen naar de specialist. 7. De heer Wessel, 48 jaar, heeft een verstandelijke beperking. Zijn begeleidster belt naar de praktijk. Zij vindt hem hevig kortademig en met een dik, rood been. Hij is niet bekend met longklachten of hartklachten. Onbekend is hoe lang de klachten al bestaan. Met welke urgentie moet de heer Wessel gezien worden? a. U1 Levensbedreigend. b. U2 Spoed. c. U3 Dringend. d. Afhankelijk van pijn bij ademhaling. 8. De heer Verdijk (57 jaar) komt bij de huisarts vanwege benauwdheidsklachten en een prikkelhoest sinds een dag. Doorzuchten geeft pijn rechts in de thorax. De ademfrequentie is 24/minuut, SaO2 94%. De pols is 120/min en temperatuur 37,3°C. Overig lichamelijk onderzoek (hart, longen, kuiten): geen afwijkingen. De kuiten zijn slank. De huisarts gebruikt de beslisregel longembolie om te bepalen of er een verhoogd risico is op een longembolie. Welk gegeven draagt bij aan verhoging van de risicoscore? a. De hartfrequentie 120/minuut. b. De pijn bij doorzuchten. c. De SaO2 94%. d. Mannelijk geslacht. De antwoorden staan op pagina 74.


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-018-0019-1.pdf

Bohn Stafleu van Loghum. Diagnostische vertraging longembolie, Huisarts en wetenschap, 2018, 65-65, DOI: 10.1007/s12445-018-0019-1