Lieneke Verspaandonk ondersteunt bewonersorganisaties: ‘Het professionele netwerk moet meer ten dienste staan van de bewoners’

Maatwerk, Apr 2018

Bohn Stafleu van Loghum

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12459-018-0030-4.pdf

Lieneke Verspaandonk ondersteunt bewonersorganisaties: ‘Het professionele netwerk moet meer ten dienste staan van de bewoners’

'Het professionele netwerk moet meer ten dienste staan van de bewoners' Lieneke Verspaandonk is CMV'er en zelfstandig ondernemer. Ze volgde - een masterclass aan de Erasmus universiteit over sociale innovatie en transformatie. Wat voor werk doe je? ‘Ik ondersteun bewonersorganisaties bij het vormgeven van burgerparticipatie op wijkniveau vanuit het programma ‘Accent op ieders Talent’. Inmiddels draait het in Valkenswaard, Tilburg en Gennep. We maken meedoen voor iedereen mogelijk door vraag en aanbod bij elkaar te brengen in de Talentenbank. Van daaruit ontstaan de mooiste ontmoetingen en nieuwe initiatieven.’ Zie je de introductie van de participatiesamenleving terug of is die invloed er niet? ‘Jazeker, hoewel het woord participatiesamenleving vijf jaar geleden nog niet bestond, schieten nu de initiatieven als paddenstoelen uit de grond. Ik zie veel digitale tools, apps en sites, maar ons gaat het om kennen en gekend worden. Het versterken van netwerken van bewoners doen wij in het buurthuis en aan de keukentafel thuis.’ Is de participatiesamenleving gelukt of mislukt, vind je? Zie je bijvoorbeeld mensen buiten de boot vallen of juist zelfredzamer zijn dan voorheen? ‘Per wijk nemen ongeveer honderd wijkbewoners en ondernemers deel en steeds vaker weten sociale partners ons ook te vinden. Er ontstaan vriendschappen en nieuwe initiatieven. Voor sommigen is het voldoende om eens per maand een bakkie te komen drinken bij het buurthuis. Ze weten dat we er zijn als ze ons nodig hebben. Het is dus wel gelukt.’ Zie je grenzen aan de participatiesamenleving? ‘Jazeker, elke dag. We regelen bijvoorbeeld geen verpleging of huishoudelijke hulp, en ook geen elektricien of schilder. En wat moet iemand dan, die geen netwerk heeft maar wel zulke klussen? Daar zou een budget voor beschikbaar moeten zijn, waarover we zonder al te veel papierwerk kunnen beslissen als bewonersorganisatie, zodat we sneller kunnen schakelen. Bij een verhuizing konden we niet helpen vanuit de Talentenbank, en uiteindelijk stonden professionele hulpverleners te verhuizen. Dat zou anders moeten.’ Kan iedereen meedoen, is zelfredzaamheid voor iedereen haalbaar? ‘Ja, iedereen kan meedoen. Dat betekent niet dat iedereen zelfredzaam is, want er blijft hulp nodig. Niemand kan iets alleen. Een fijn netwerk dichtbij huis is prettig voor iedereen. En daar waar mensen een persoonlijk begeleider hebben zou die vooral bezig moeten zijn met persoonlijke begeleiding in plaats van met allerlei rompslomp.’ Heb je tips voor de toekomst? ‘Je moet niet telkens het wiel opnieuw uitvinden, maar goede initiatieven verder helpen door deze duurzaam te organiseren. Deel kennis en kunde, wees niet bang voor de concurrentie maar zoek de samenwerking op. Duurzaam organiseren gaat niet enkel om euro’s, maar juist om een krachtig netwerk van bewoners die mede-eigenaar zijn van de initiatieven die in hun wijken ontstaan. Het professionele netwerk moet meer ten dienste staan van de bewoners in plaats van de eigen organisatie. Als burgerparticipatie zich beperkt tot meedenken en meepraten maar de regie en het eigenaarschap in handen van anderen liggen, hebben we nog een mooie uitdaging.’ •


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12459-018-0030-4.pdf

Bohn Stafleu van Loghum. Lieneke Verspaandonk ondersteunt bewonersorganisaties: ‘Het professionele netwerk moet meer ten dienste staan van de bewoners’, Maatwerk, 2018, 33-33, DOI: 10.1007/s12459-018-0030-4