Pulse oximetrie (SpO2): de eigentijdse vinger aan de pols

Tijdschrift voor praktijkondersteuning, Apr 2010

Ben Ponsioen

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

http://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12503-010-0019-5.pdf

Pulse oximetrie (SpO2): de eigentijdse vinger aan de pols

Het gebruik van de percutane zuurstofsaturatiemeter voor het meten van de Saturation of peripheral Oxygen (SpO2) is niet meer weg te denken uit de dagelijkse praktijk. SpO2 92% is een maat voor hypoxemie. Schermer et al. onderzochten de gebruiksmogelijkheden door de Nederlandse huisarts van dit uiterst eenvoudige apparaatje, dat tevens de polsfrequentie - aan de vinger - meet. Een forum van 11 huisartsen ('early adopters') wees op de 3 gebruiksmogelijkheden: bij acute dyspnoe, bij respiratoir falen en bij patinten met COPD. Vervolgens bleek bij 6% van 207 stabiele patinten met licht tot ernstig COPD een SpO2 van 92% te bestaan. De afname in SpO2 bij deze stabiele COPD-patinten - correleerde wel met hun MRC dyspnoescore (5 vragen), maar niet met hun longfunctie. Bij 19% van 79 huisartspatinten met exacerbatie of acute dyspnoe bleek de SpO2 92% te bedragen. Bij deze groep patinten was er een correlatie tussen afname in SpO2 en de longfunctie. Dit laat zien dat pulse oximetrie meer nut heeft bij ernstige COPD. De voorlopers hebben vermoedelijk gelijk: de op de huisartsenpraktijk evident snelle acceptatie van dit instrument is niet bij te benen qua wetenschappelijke onderbouwing. Ondanks het hoge pilotgehalte van het onderzoek van Schermer et al. levert dat voldoende reden voor verdere ontwikkeling van de klinische toepassing van SpO2-meting door huisarts of praktijkondersteuner. In De waarde van inhalatiecorticosteroden (ICS) bij de behandeling van COPD staat nog altijd ter discussie. De NHG-Standaard COPD adviseert dan ook om alleen een proefbehandeling ICS te overwegen bij het optreden van twee of meer exacerbaties per jaar. Uit eerdere meta-analyses blijkt dat het toevoegen van een corticosterod bij COPD geen effect op klinische eindpunten laat zien. Nederlandse onderzoekers voerden een gerandomiseerd dubbelblind placebogecontroleerd onderzoek uit. Hierbij onderzochten zij of langdurig gebruik van ICS effect heeft op het verminderen van ontstekingen in de luchtwegen en achteruitgang van de longfunctie bij COPD. Ze verdeelden 101 therapietrouwe COPD-patinten die rookten of een relevante rookhistorie hadden (GOLD-stadium 2 en 3) in 4 groepen: 31 patinten kregen 6 maanden fluticason (500 microgr, 2 keer per dag) voorgeschreven, gevolgd door 24 maanden placebo, 26 patinten namen 30 maanden flixotide (500 microgr, 2 keer per dag), 28 patinten kregen flixotide (500 de acute situatie is SpO2-meting een eye opening alternatief voor de stethoscoop, die zo behulpzaam kon zijn voor het ordenen van de gedachten van de attending physician bij spoedgevallen. Bij voortgeschreden COPD is deze moderne vinger aan de pols niet meer weg te denken, mits ondergeschikt aan het klinische fingerspitzengefhl van huisarts of praktijkondersteuner zelf. SpO 2 meting heeft bij COPD eenzelfde aanvullende functie als spirometrie en eenvoudige dyspnoescores. Bij pneumonie heeft SpO2-meting een plaats bij het aantonen van (cardio)respiratoir falen. Ben Ponsioen Schermer Tj, et al. Pulse oximetry in family practice: indications and clinical observations in patients with COPD. Fam Pract 2009;26:524-31. microgr) en salmeterol (50 microgr, 2 keer per dag voorgeschreven, en een groep van 29 patinten kreeg 30 maanden lang een placebo. Primaire uitkomstmaat was het aantal ontstekingscellen in luchtwegen, gemeten met behulp van bronchoscopie en sputumafname. Secundaire uitkomstmaten waren het beloop van spirometrie, hyperreactiviteit op de methacholinetest, kwaliteit van leven en dyspneuscore. Bij het gebruik van flixotide vond men significant minder ontstekingscellen in vergelijking met de placebogroep. Inhalatiecorticosteroden bij COPD ook na nieuw onderzoek niet gendiceerd


This is a preview of a remote PDF: http://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12503-010-0019-5.pdf

Ben Ponsioen. Pulse oximetrie (SpO2): de eigentijdse vinger aan de pols, Tijdschrift voor praktijkondersteuning, 2010, 39, DOI: 10.1007/s12503-010-0019-5