Voorkomen is beter dan sussen

Denkbeeld, Oct 2012

Carolien Smits

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

http://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12428-012-0070-9.pdf

Voorkomen is beter dan sussen

zoals bij Korsakov, ligt dit anders: hier is volgens sommigen sprake van een verwijtbare aandoening. De verzorgende die Bernards lijden - bewust of onbewust, terecht of niet - aan diens eigen verantwoordelijkheid toeschrijft, zal anders in de communicatie staan en hem anders tegemoet treden dan bij een 'schuldeloze' patint het geval zou zijn. Ten tweede kunnen mensen met verslavingsproblemen manipulatief gedrag vertonen. Niets en niemand ontziend gaan zij achter het middel aan dat zij nodig hebben; ook hun contacten met medemensen - inclusief medewerkers in de zorg - staan dan in dit teken. Presentie moedigt medewerkers juist aan om 'het goede' te willen zien en lijkt daarmee wel heel tegengesteld aan de gangbare beroepshouding in de Korsakov-zorg: maximale alertheid op ontkenning van de verslavingsproblemen, liegen of andere deviante gedragingen. Kortom, de verleiding om de zieke ander te reduceren tot negatieve gedragingen en beelden, wordt in de omgang met verslaafde mensen extra gevoed. De staat waarin mensen met Korsakov vervallen zijn, roept gemakkelijk reductie en stigmatisering op. Beide staan echter het verlenen van goede zorg in de weg. Eraan toegeven betekent dan ook dat men onvoldoende kwaliteit levert. - Voorkomen is beter dan sussen Wij houden veel van mensen met dementie, maar in een dementieloze toekomst zouden weinigen met weemoed terugdenken aan Alzheimer. Daarom is het vreemd dat de preventie van dementie zo weinig aandacht krijgt. Heeft dat te maken met onze gebrekkige kennis van zaken? Dat is voor een deel waar, al weten we uit onderzoek steeds meer over de risicofactoren voor dementie: bijvoorbeeld dat rokers en mensen met overgewicht meer kans hebben deze ziekte te krijgen. Dat is belangrijke kennis zou je denken, want mensen kunnen op basis van die informatie besluiten beter op hun leefstijl te letten. Dat is dan een heleboel vliegen in n klap, want roken en overgewicht leiden tot wel meer vormen van schade dan alleen dementie. Heeft dat gebrek aan belangstelling voor preventie misschien te maken met het feit dat degenen die tot nu toe met dementie de kost verdienen vooral in de zorg werkzaam zijn? Artsen, verpleegkundigen en allerlei andere professionals willen vooral patinten helpen en hebben van nature daarom minder belangstelling voor preventie. Bovendien: mochten preventiemaatregelen in de toekomst goed aanslaan, dan zouden deze professionals zichzelf overbodig maken. Zoiets geldt ook voor patintenorganisaties: zij vertegenwoordigen patinten en niet degenen die nu nog gezond zijn maar misschien later dementie krijgen. Een preventieboodschap van een patintenorganisatie zou voor hun belangengroep als mosterd na de maaltijd komen. Preventie van dementie is bovendien een lastige boodschap, die patinten en familieleden kunnen opvatten als een verborgen beschuldiging: had je maar gezonder moeten leven! De werkelijkheid is natuurlijk veel ingewikkelder. Daarbij komt dat de preventieboodschap ook wordt bemoeilijkt door de late entree van dementie in het leven: welke dertiger is nu echt bang om later dement te worden? Dementie blijft gedurende lange tijd een abstractie, tenzij het je naasten betreft. Die late entree betekent bovendien dat als we iets aan onze leefstijl moeten veranderen, we dit voor de rest van ons leven zouden moeten doen. Ook dat is geen prettige boodschap. Toch zijn veel mensen wel genteresseerd in preventie. Iedereen met een naaste met dementie vraagt zich op enig moment af: Kan ik het ook krijgen? En zou ik er iets aan kunnen doen om het net te krijgen? Tot nu toe krijgen deze mensen van professionals hooguit een genetische toelichting bij hun persoonlijke statistiek. Veel mensen zoeken echter naar meer houvast en zie: er is een hele markt aan producten die onze hersens schoon zouden houden: van aalbessen tot zeekraal. Kennis over de effecten van dergelijke preventieve producten is er helaas niet of nauwelijks: effectonderzoek is duur en er zijn te weinig partijen die geld zouden verdienen aan een dagelijkse portie aalbessen, zelfs niet als zeventien miljoen mensen zich dagelijks het zuur zouden eten. Voedingssupplementen zijn dan alweer een stuk aantrekkelijker en dit verklaart het feit dat hiernaar inmiddels wel onderzoek wordt gedaan. De geleerden zoeken het ondertussen nog liever in risicofactoren op moleculair niveau die misschien ooit met een pillencocktail zijn aan te pakken. Ook profijtelijk natuurlijk, maar sussen we daarmee niet onze eigen verantwoordelijkheid? Leefstijl is maar een van de vele factoren die een rol spelen bij dementie. Onze kennis over preventie is nog beperkt en verdient meer aandacht. Het is dan ook mooi dat n van de onderzoeksdammen van het conceptDeltaplan Dementie uit leefstijlgerichte preventie bestaat. Want voorkomen is beter dan sussen.


This is a preview of a remote PDF: http://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12428-012-0070-9.pdf

Carolien Smits. Voorkomen is beter dan sussen, Denkbeeld, 2012, 32, DOI: 10.1007/s12428-012-0070-9