I. Erdtsieck, De emancipatie van de joden in Overijssel, 1796-1940. De rol van de opperrabijnen Hertzveld, Fränkel en Hirsch

BMGN - Low Countries Historical Review, Jan 1997

M. Beukers

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.18352/bmgn-lchr.4481/galley/4535/download/

I. Erdtsieck, De emancipatie van de joden in Overijssel, 1796-1940. De rol van de opperrabijnen Hertzveld, Fränkel en Hirsch

den niet hebben misstaan. Laat geschiedenis een leuke liefhebberij voor jong en oud blijven, het vak behoort wel volgens de regels van de kunst beoefend te worden. Op 2 september 1796 werd in de Nationale Vergadering der Bataafse Republiek een decreet aangenomen over de burgerlijke gelijkstelling van de joden. Min of meer onder dwang van Frans gezant No?l stemde de vergadering unaniem voor de afschaffing van alle beperkingen waar joden economisch en sociaal onder te lijden hadden. Vanaf september 1796 kon de emancipatie van de in ons land woonachtige joden beginnen. Dat dit een moeizaam proces zou worden, dat niet ? la minute volbracht was, viel te verwachten. Allereerst profiteerde de joodse elite van de gelijkstelling; de rijke sefardische joden die al voor 1796 in de hoogste kringen verkeerden en wat later de gegoede asjkenazische joden, zoals tabakshandelaar Benjamin Cohen uit Amersfoort. Rond het midden van de negentiende eeuw was een joodse middenklasse ontstaan, die vooral na 1848 van de verworven rechten kon genieten. Pas met de opkomst van socialisme en vakbeweging kon ook het omvangrijke joodse proletariaat economische en sociale welvaart opeisen, overigens samen met hun christelijke lotgenoten. Voor Amsterdam en landelijk is dit proces recentelijk inzichtelijk gemaakt door het Joods Historisch Museum en door Joseph Michman 1. Voor het gebied buiten Amsterdam (en de huidige Randstad), de mediene, is weinig onderzoek op dit gebied gedaan. In deze leemte voorziet de studie van Erdtsieck over de emancipatie van de joden in Overijssel. Zij tracht de regionale ontwikkeling van de joodse gemeenschap in Overijssel in een nationaal en internationaal kader te plaatsen. Van belang daarbij waren tevens de volgende overwegingen: ten eerste is joods Overijssel in de geschiedschrijving nog nauwelijks onderzocht; ten tweede is de provincie voor de emancipatie-geschiedenis van belang vanwege de rol die de vrijmetselarij hier heeft gespeeld; ten derde had Overijssel te maken met een groot aantal joden uit Duitsland, op de vlucht of op zoek naar nieuwe bestaansmogelijkheden en ten vierde speelden de opperrabbijnen van Overijssel in deze periode - Hertzveld, Fr?nkel en Hirsch - zowel op nationaal als op internationaal niveau een rol. In 1808 trad Hartog Josua Hertzveld aan als opperrabbijn van Overijssel. Deze 'verlichte' rabbijn heeft zich zeer ingezet om de emancipatiepolitiek van de burgerlijke overheid te bevorderen. Hertzveld kwam echter in conflict met de orthodoxie in Amsterdam, die zijn voorstellen tot aanpassingen in de liturgie niet wilde volgen. Terwijl Hertzveld op landelijk niveau problemen ondervond, botste zijn opvolger Jacob Fr?nkel regelmatig met de provinciale en plaatselijke kerkbesturen. Orthodoxen waren bang dat bij voortschrijdende emancipatie de joden hun identiteit zouden verliezen, terwijl verlichte joden het emancipatieproces, door middel van de aanstelling van Fr?nkel, juist wilden bevorderen. Na een lange periode zonder eigen opperrabbijn trad in 1902 Samuel Hirsch aan als hoogste religieuze gezagsdrager in Overijssel. Hij verlegde de koers naar een herbezinning op joodse waarden en joodse identiteit. Tijdens zijn opperrabbinaat (tot 1941) werden ook de zionistische bewegingen van belang. In Deventer ontstond een bekende pioniersopleiding, de Deventer Vereniging, geleid door Ru Cohen. - In dit aspect, de aanwezigheid van beroemde opleidingen tot Palestina-pionier, en vanwege het feit dat de vrijmetselarij in Overijssel een opmerkelijke rol speelde bij de emancipatie van de joden, was de provincie van belang voor de geschiedenis van de joden in Nederland. Naar mijn idee echter komt deze 'bijzonderheid' niet voldoende uit de verf. Er worden geen verge? lijkingen getroffen met andere delen van ons land (soms wel met Amsterdam), er wordt geen poging ondernomen te onderzoeken waarom nu juist in Overijssel dergelijke ontwikkelingen plaats vonden. Dit is naar mijn idee slechts ten dele te verklaren door gebrek aan studies over deze onderwerpen (alleen voor Overijssel is de rol van de vrijmetselarij voor de emancipatie van de joden onderzocht, door Erdtsieck in 1994). Doordat Erdtsieck enerzijds de geschiede? nis van de joden van Overijssel na 1796 wil beschrijven en anderzijds de emancipatie van de joden in Overijssel, wordt het zicht op dat emancipatieproces regelmatig vertroebeld. Het was beter geweest als er duidelijk een keuze was gemaakt: de geschiedenis van de joden in Overijs? sel na 1796 of het emancipatieproces van de joden van Overijssel. Bovendien krijgt de lezer, mede door de opbouw van de hoofdstukken in vele korte alinea's, gescheiden door een witregel, geen breed, omvattend beeld van de Overijsselse joodse ge? meenschap. Wat Erdtsieck vertelt, blijven losse anekdotes, die bijna nergens tot een logisch en vloeiend geheel worden verbonden. Zelfs de rol van de opperrabbijnen, toch een hoofdthema uit het boek, komt matig uit de verf, maar misschien is daar de beschikbaarheid van het archief? materiaal mede oorzaak van. Zo had ik graag willen lezen wat de gewone Overijsselse jood nu in zijn dagelijkse bezigheden merkte van de emancipatie en van de rol die Hertzveld, Fr?nkel of Hirsch hierbij speelden. Mari?lla Beukers 1 Zie de bundel De Gelykslaat der Joden. Inburgering van een minderheid, H. Berg, ed. (AmsterdamZwolle, 1996) die de gelijknamige tentoonstelling in het Joods Historisch Museum begeleid, en Joseph Michman, Dutch Jewry during the Emancipation Period 1787-1815. Gothic Turrets on a Corinthian building (Amsterdam, 1995). L. de Gou, ed., De Staatsregeling van 1801. Bronnen voor de totstandkoming (Rijks geschied? kundige publicati?n, Kleine serie LXXXV; Den Haag: Instituut voor Nederlandse Geschiede? nis, 1995, xliii + 720 blz., ?90,-, ISBN 90 5216 066 X). Opnieuw is een deel verschenen in de serie bronnenuitgaven die betrekking hebben op de constitutionele geschiedenis van Nederland. Na de zes delen die voorgeschiedenis en ontstaan van de staatsregeling in 1798 betroffen, maakt dit nieuwe, weliswaar dikke, deel een beschei? den indruk. De schijn bedriegt echter. Tot voor kort waren er nog maar zo weinig stukken bekend die op het ontstaan van de grondwet van 1801 licht konden werpen, dat men veronder? stelde met ??n band te kunnen volstaan om de bronnen van die grondwet, gecombineerd met de stukken over 1805 en 1806, uit te geven. Dankzij de speurzin en vasthoudendheid van editor De Gou zijn er echter zo veel belangwekkende brieven, nota's, concepten en verslagen te voorschijn gekomen dat ' 1801 ' in een nieuw daglicht is komen te staan ? 'nieuw' in vergelij? king met hetgeen Colenbrander er reeds in zijn Gedenkstukken over publiceerde. De pijlers waarop deze editie berust, zijn: de discussies in het Vertegenwoordigend Lichaam (gepubliceerd in het destijds gedrukte Dagverhaal), de notulen van het Uitvoerend Bewind (UB) en de ontwerpen waarover in de loop van 1801 werd gedelibereerd; een groot aantal memoranda en schets- of deelontwerpen vooreen nieuwe staatsregeling; een lange reeks par? ticuliere en ambtelijke brieven die geheel of gedeeltelijk met het constitutionele beleid samen? hingen; en tenslotte nog enkele toegiften waarondereen Franse vertaling van de staatsregeling van 1801.


This is a preview of a remote PDF: http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.18352/bmgn-lchr.4481/galley/4535/download/

M. Beukers. I. Erdtsieck, De emancipatie van de joden in Overijssel, 1796-1940. De rol van de opperrabijnen Hertzveld, Fränkel en Hirsch, BMGN - Low Countries Historical Review, 1997, 280-281, DOI: 10.18352/bmgn-lchr.4481