M. Therry, De religieuze beleving bij de leken in het 17de-eeuwse bisdom Brugge (1609-1706)

BMGN - Low Countries Historical Review, Jan 1993

J. Pollmann

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.18352/bmgn-lchr.3731/galley/3785/download/

M. Therry, De religieuze beleving bij de leken in het 17de-eeuwse bisdom Brugge (1609-1706)

Turnhout: Brepols Bosch' analyse enigszins teleur. Op de evident emblematische en metaforische aspecten van de afbeeldingen en van nogal wat teksten wordt slechts mondjesmaat ingegaan. Al evenmin wordt omgezien naar eventuele parallellen in de bepaald niet onderontwikkelde preekcultuur van de protestanten, nooit ver van Antwerpen of Mechelen verwijderd en niet zelden een impliciet doelwit van de behandelde auteurs. Tenslotte heeft de auteur niet actief gezocht naar mogelijkheden tot toetsing van het doorhem geschetste beeld teneinde te achterhalen of de gelovigen dat net zo hebben ervaren als het hun werd voorgehouden. Alles bij elkaar doet dit mooi geschreven maar zich tot een wat simpele inhoudsanalyse beperkend boek dan ook naar uitdieping verlangen. Dat religiegeschiedenis niet gelijk moet worden gesteld aan kerkgeschiedenis is geen nieuws meer. Velen stellen zich de laatste decennia de vraag hoe de voorgeschreven religieuze orde in vroeg-modern Europa zich verhield tot de geleefde en beleefde praktijk. In gerechtelijke bronnen, visitatieverslagen en kerkeraadsnotulen wordt gezocht naarde sporen van de religieuze praktijk en dat heeft al heel wat moois opgeleverd. Het blijft echter buitengewoon moeilijk om een beeld te krijgen van de manier waarop mensen in vroeg-modern Europa religie beleefden. De titel van dit bewerkte proefschrift van Marc Therry maakt dus nieuwsgierig, net als zijn inleiding waarin hij zegt op zoek te willen naar de 'onderliggende beweegredenen of geestesgesteldheid' achter religieuze 'praktijken en gedragingen'. Therry heeft buitengewoon veel werk verzet. Hij excerpeerde meer dan duizend dossiers van de Brugse officialiteit die betrekking hebben op processen tegen leken over godslastering, heiligschennis, bijgeloof, ontucht etc. Deze bronnen leveren een aantal mooie voorbeelden van lekenopvattingen en -gedragingen, maar vertellen weinig over de onderliggende beweegredenen en geestesgesteldheid waarom het Therry te doen is. Om nu toch uitspraken te kunnen doen over het kader waarin deze individuele gevallen geplaatst moeten worden, heeft Therry overvloedig gebruik gemaakt van vrome literatuur, voor het grootste deel geproduceerd door clerici en een aantal rederijkers en humanisten uit het Brugse. De auteur is er zich van bewust dat dergelijke literatuur niet zonder meer de visie van de leken - waarom het in dit boek toch gaat - weergeeft. Maar, zegt hij, 'men mag aannemen dat de accenten die in de kerkelijke geloofsverkondiging gelegd worden, in ruime mate de manier waarop de gewone mens godsdienstig is, bepalen'. Zijns inziens mag men er van uitgaan dat de vrome literatuur 'de voornaamste gevoeligheden van die tijd weergeeft en zo voor de toenmalige lezers een spiegel vormt waarin zij zich kunnen herkennen'. Deze redenering lijkt mij zeker aanvechtbaar en had dan ook methodologisch veel meer moeten worden uitgebouwd. Zelfs waar zijn bronnen door leken zijn geschreven moet er bijvoorbeeld rekening worden gehouden met de literaire genres en tradities waarbinnen de auteurs werkten. - Wat zijn de resultaten van deze benadering? Godsdienst, zegt Therry in zijn conclusie, 'legt uit waarom de dingen gebeuren zoals ze gebeuren' en fungeert verder als 'legitimering en bevestiging van de bestaande maatschappelijke orde of wanorde'. De kerk biedt verklaringsgronden voor rampen, ziekte, en onvruchtbaarheid, en belooft het hiernamaals aan diegenen die deugdzaam en vroom hun lot hebben aanvaard. Als zoveel anderen maakt Therry bezwaar tegen het aanbrengen van een strikte scheiding tussen 'geloof' en 'bijgeloof' en elite- en volkscultuur. Wie in het zeventiende-eeuwse bisdom Brugge bijvoorbeeld geconfronteerd werd met onvruchtbaarheid, kon zowel zijn heil zoeken bij de kerk als bij 'witte' magie of huismiddeltjes. De contra-reformatorische kerk deed pogingen om de beleving van de godsdienst te spiritualiseren en de gelovigen los te weken van koehandel met heiligen, maar vooral om de bestaande magische praktijken voor de kerk te monopoliseren. De invloed van deze voorgeschreven religieuze orde op de beleving van de religie door de leken lijkt echter slechts langzaam te zijn toegenomen. Dit alles maakt Therry aannemelijk, maar verrassen doet het niet echt. In feite biedt Therry hier een impressie van de functies van religie in de samenleving en de pogingen van de kerk om de beleving van religie meer naar haar eigen hand te zetten. Therry's conclusies wijken nauwelijks af van die van historici als Keith Thomas, John Bossy en Jean Delumeau, die hij dan ook regelmatig aanhaalt. Van een regionale studie zoals deze, verwacht men een nuancering of verdieping van het beeld dat zij hebben geschetst. Het boek bevat tal van interessante gegevens over de beleving van religie in het Brugse, maar Therry komt nauwelijks toe aan de vraag of en waarin de religieuze beleving van de leken in het bisdom Brugge verschilde van die van andere katholieke streken in zeventiende-eeuws Europa. Het ruimtege­ brek waarover hij zich herhaaldelijk beklaagt, is daar wellicht debet aan. Maar ook bekruipt de lezer de vraag of Therry zijn bloemrijk proza niet wat had kunnen kortwieken. Dat had wellicht de ruimte kunnen creëren om de resultaten van dit uitgebreide onderzoek beter uit de verf te laten komen. Judith Pollmann N. Stellingwerff, S. Schot, Particuliere notulen van de vergaderingen der Staten van Holland 1620-1640,1, december 1620-augustus 1623 bewerkt door J. W. Veenendaal-Barth m. m. v. C. E. Keij, V. L. Vree (Rijks geschiedkundige publicatiën, Grote serie 217; 's-Gravenhage: Instituut voor Nederlandse geschiedenis, 1992, xxxi + 4 + 789 blz., ƒ 149,-, ISBN 90 5216 030 9); II, september 1623-mei 1625 bewerkt door J. W. Veenendaal-Barth m.m.v. A. A. Smit, V. L. Vree (Rijks geschiedkundige publicatiën, Grote Serie 200; 's-Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1987, xiii + 686 blz., ƒ 171,-, ISBN 90 6890 137 0); III, juli 1625-april 1628 bewerkt door E.C. M. Huysman m. m. v. A. A. Smit, V. L. Vree (Rijks geschiedkundige publicatiën, Grote Serie 206; 's-Gravenhage: Instituut voor Nederlandse geschiedenis, 1989, xiii + 646 blz., ƒ140,-, ISBN 90 5216 005 8). Het belang van deze bronnenuitgave is nauwelijks te overschatten. De resoluties van de Staten van Holland onthullen zelden iets van de argumenten en geschillen die zich bij de besluitvor­ ming deden gelden. Bovendien werden zij in de jaren 1620-1640 uitzonderlijk kort geformu­ leerd. Andere gedrukte bronnenuitgaven maken ons ook niet veel wijzer over de Hollandse verhoudingen in deze tijd. Men kan daarin alleen meer inzicht krijgen door de resoluties van de stemhebbende leden te vergelijken, de missiven van de deputaties ter dagvaart te bekijken en de notulen van de penvoerders van de stemhebbende leden te ontcijferen. De eerste methode vreet tijd; J. I. Israel heeft deze als enige op kleinere schaal beproefd. De tweede en derde methode zijn slechts in beperkte mate toepasbaar, omdat ons weinig rest vàn de missiven en notulen uit deze tijd. Dat restant is echter nog nooit op ruimere schaal geraadpleegd, waarbij de bereik- en


This is a preview of a remote PDF: http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.18352/bmgn-lchr.3731/galley/3785/download/

J. Pollmann. M. Therry, De religieuze beleving bij de leken in het 17de-eeuwse bisdom Brugge (1609-1706), BMGN - Low Countries Historical Review, 1993, 483-484, DOI: 10.18352/bmgn-lchr.3731