J.C. Streng, Zich met publique zaaken bemoeien. Het staatkundige debat in Overijssel tijdens het Oude Bewind

BMGN - Low Countries Historical Review, Jan 2011

C.M. Hogenstijn

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.18352/bmgn-lchr.7298/galley/7345/download/

J.C. Streng, Zich met publique zaaken bemoeien. Het staatkundige debat in Overijssel tijdens het Oude Bewind

Epe: Streng Streng, J.C., Het schoonste gezicht van de wereldt. De waardering en duiding van het Overijsselse landschap tussen renaissance en romantiek (Intellectueel Overijssel 1; Epe: Streng, 2007, 160 blz.); Streng, J.C., Kweekster van verstand en hart. Boekcultuur en leescultuur in Overijssel tussen 1650 en 1850 (Intellectueel Overijssel 2; Epe: Streng, 2008, 187 blz.); Streng, J.C., Tot welstand van 't gemenebest. Het Latijnse onderwijs en de humanistische cultuur in Overijssel tijdens het Oude Bewind (Intellectueel Overijssel 3; Epe: Streng, 2008, 173 blz.); Streng, J.C., Zich met publique zaaken bemoeien. Het staatkundige debat in Overijssel tijdens het Oude Bewind (Intellectueel Overijssel 4 (Te bestellen bij ); Epe: Streng, 2009, 173 blz.). het Overijsselse landschap tussen renaissance en romantiek (Intellectueel hart. Boekcultuur en leescultuur in Overijssel tussen 1650 en 1850 (Intellectueel gemenebest. Het Latijnse onderwijs en de humanistische cultuur in Overijssel tijdens het Oude Bewind (Intellectueel Overijssel 3; Epe: Streng, 2008, 173 blz.); Streng, J.C., Zich met publique zaaken bemoeien. Het staatkundige debat in Overijssel tijdens het Oude Bewind (Intellectueel Overijssel 4 (Te bestellen bij J.C. (Jean) Streng is naar eigen zeggen pas laat aan de studie gegaan. Dat neemt niet weg dat hij zich inmiddels onmiskenbaar een plaats heeft verworven onder de historici die zich richten op de geschiedenis van Overijssel. Een hoogtepunt in Strengs oeuvre vormt ongetwijfeld zijn Leidse dissertatie over de bestuurlijke elite van de stadsrepubliek Zwolle onder het Ancien Régime (1997). Voor en na de uitgave van dit toonaangevende werk onder de titel Stemme in staat heeft Streng inmiddels al heel wat boeken en artikelen gepubliceerd. Zijn voorkeur gaat daarbij uit naar de tijd van de Republiek en met name culturele en politieke ontwikkelingen. Veel van vorenstaande aspecten komen aan de orde in de vierdelige serie 'Intellectueel Overijssel'. In elk boek is de uitwisseling van opinies het leidende uitgangspunt. De behandelde tijd is vooral de achttiende eeuw, zij het dat de auteur soms een langere periode in ogenschouw neemt, beginnend in de zeventiende, dan weer doorgaand tot het midden van de negentiende eeuw. - Over het ‘waarom’ van dit kwartet, de selectie van juist deze onderwerpen en hun onderlinge samenhang was ongetwijfeld een interessante inleidende beschouwing of slotwoord te schrijven geweest. Dat moet de lezer echter missen. Maar wie eenmaal lezer van de reeks is geworden ontdekt snel, dat de auteur beoogt een lacune in de geschiedschrijving van de provincie op te vullen. Hij stelt thema’s aan de orde waarover tot dusverre weinig is gepubliceerd, zeker niet op een niveau dat incidentele vermeldingen en anekdotes overstijgt. Daarbij maakt hij veelvuldig gebruik van lang geleden gepubliceerd en weinig bekend materiaal: archivalia, artikelen in kranten en tijdschriften, alsmede pamfletten en lang vergeten boeken. Dikwijls kan hij daarbij terugvallen op eerdere publicaties van eigen hand, die veelal handelen over een beperkter onderwerp dan de grote thema’s die in het besproken vierluik aan de orde komen. Bovendien is Streng niet bezweken voor de voor de hand liggende verleiding, zijn stof op te delen aan de hand van de traditionele driedeling (Salland, Twente, Land van Vollenhove), waarin het weinig eenheid vertonende Overijssel uiteenvalt. Hij is steeds op zoek naar de totaliteit van het gewest en naar daarin bindende elementen. Dat is temeer van belang, omdat een nieuwe en actuele geschiedschrijving van Overijssel nog steeds niet haalbaar lijkt te zijn. Het eerste deel behandelt niet het Overijsselse landschap op zich (dat thema zou ook niet in een reeks over intellectueel leven passen), maar de waardering en duiding ervan. Al aanstonds valt op dat de auteur de voor hem karakteristieke levendige stijl hanteert, waarin hij de lezer met milde ironie meetrekt in het met verve vertelde verhaal. Het gepast gebruik van citaten en van beeldmateriaal versterkt dit effect. Wie niet genoeg kan krijgen van de citaten vindt in de bijlagen uitgebreidere aanhalingen. Dat biedt mooie kansen om Rhijnvis Feith, Bernhard ter Haar en andere literaire helden uit het verleden te lezen. Een werk van deze omvang in kwaliteit en kwantiteit kan nauwelijks zonder enige tekortkomingen verschijnen. Het eerste in het oog vallen kleine vergrijpen tegen spelling en stijl die te vermijden waren geweest. Een deel van het beeldmateriaal is onder de maat, met als dieptepunt de foto van Terborchs groepsportret van de Deventer magistraat (dl. 4, 107), waarop zelfs de gezichten onherkenbaar zijn. Maar ook inhoudelijk kunnen wel enkele kanttekeningen worden geplaatst. Op de enkele malen ten tonele gevoerde tegenstelling tussen het meer democratische karakter van de meenten versus het meer aristocratische karakter van de magistraten valt wel wat af te dingen. De leden van beide colleges werden grotendeels gerecruteerd uit hetzelfde milieu en de functie van meensman was dikwijls een opstapje tot die van raad en schepen in de magistraat. Gelukkig zijn er wel meer dan twee bibliotheken uit de tijd van het Oude Bewind bewaard gebleven, met name op enkele buitenplaatsen. Die op Twickel, genoemd in deel 2 (85) is echter een Haagse boekerij die pas aan het begin van de negentiende eeuw naar Delden is gekomen. Van Gerhard Dumbar ‘de jongere’ haalt de auteur de opmerking aan (dl. 2, 67) dat Jacob Revius diens geschiedschrijving van Deventer teveel in de studeerkamer heeft geschreven. Maar Revius schreef zijn boek toen hij al in Leiden woonde en werkte en dan was het niet mogelijk, even een ommetje in Deventer te maken. Charles Bentinck woonde wel op een havezate Het Nijenhuis, maar dat was niet het huis van die naam te Diepenheim, maar de gelijknamige edelmanswoning onder Wijhe (dl. 2, 105). Rutger Jan Schimmelpenninck bezocht de Latijnse School aan het Grote Kerkhof in Deventer, niet op de Brink (dl. 3, 32). Diezelfde Schimmelpenninck was niet, zoals zijn vader, doopsgezind maar, zoals zijn moeder, gereformeerd (dl. 4, 16). Thorbeckes Hogere Burgerschool kwam niet tot stand in 1874, maar bij de Wet op het Middelbaar Onderwijs in 1863. Stedelijke heren beschikten over gewaarde hoeven in marken en oefenden daardoor bestuurlijke invloed uit op het platteland (dl. 4, 21). Dat is waar, maar die invloed was veel groter omdat deze heren ook zeggenschap hadden over schoutambten buiten de stad en over gewaarde erven in het bezit van stadsregeringen, kantoren van geestelijke goederen en instellingen van weldadigheid. De havezaten in het kwartier van Vollenhove waren niet alleen gelegen binnen het gelijknamige stadje, maar ook op het omringende platteland (dl. 4, 32). De Van Wassenaers vormden geen Overijsselse familie, maar een Hollands geslacht in het bezit van Overijsselse goederen (die ze vooral ’s zomers als buitenplaats bewoonden) (dl. 4, 34). Gerhard Dumbar ‘de oudere’ was geen regent maar stadssecretaris en daarmee een (zij het hoge) ambtenaar (dl. 4, 57). Zo is er nog wel meer te noemen. Deze detailkritiek neemt niet weg dat Strengs originele werk als geheel een wezenlijke bijdrage geeft aan het completeren van het beeld van het verleden van Overijssel. C.M. Hogenstijn, Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek Deventer Theunissen, Bert, De koe. Het verhaal van het Nederlandse melkvee 1900 -2000 ‘De koe’ is een boektitel die op het eerste gezicht misplaatst lijkt in de recensierubriek van een historisch tijdschrift dat – zo nemen we redelijkerwijze aan – over de geschiedenis van mensen handelt. Toch hoort dit boek hier wel degelijk thuis. De koe ís immers niet. Het zijn boeren, veefokkers en wetenschappers die koeien fabriceren. Ze doen dat door kruising, inteelt en selectie, volgens de noden, mogelijkheden en inzichten van het moment. Het boek van Bert Theunissen – veeleer een essay, want de lezer moet het stellen zonder noten en met een beknopte bibliografie – is het werk van een kenner: bioloog, wetenschapshistoricus en hoogleraar geschiedenis van de natuurwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Met deze bijzonder vlot geschreven publicatie kan Theunissen zowel rundveehouders, bio-ingenieurs als historici bekoren. Theunissens verhaal van de koe, over de ontwikkeling van de Nederlandse melkveehouderij, vertrekt vanuit de actualiteit. De hedendaagse hoogproductieve ‘Nederlandse’ melkkoe – ze levert gemiddeld bijna 8.800 kg melk per jaar, terwijl haar overgrootmoeders rond 1950 niet verder kwamen dan 4.000 kg – heeft een identiteitsprobleem. Ze is namelijk vooral een importproduct, sinds de jaren 1980 zorgvuldig geassembleerd door kruising van Fries-Hollandse zwartbonten en roodbonten die domineerden op de zandgronden in de Maas-Rijn-IJssel regio met het sperma van NoordAmerikaanse stieren, de fameuze Holsteins. De auteur wil weten waarom deze verregaande Amerikanisering van het Nederlandse melkvee heeft plaatsgevonden (nota bene zo verregaand dat de zogenaamd traditionele Nederlandse rundveerassen inmiddels in de Stichting Zeldzame Huisdierrassen zijn beland). Het antwoord op de waarom-vraag meandert langs de verschillende bochten die de Nederlandse rundveeteelt sinds 1900 heeft genomen. Het meandert in de vorm van 12 hoofdstukjes met een chronologische en/of thematische insteek, wat nogal wat heen en weer gewip en enkele storende herhalingen tot gevolg heeft. Telkens komen de actoren voor het voetlicht die in de rundveeveredeling een rol hebben gespeeld: de boeren zelf, rundveefokkers, Wageningse wetenschappers en ook de politiek. Centraal in


This is a preview of a remote PDF: http://www.bmgn-lchr.nl/articles/10.18352/bmgn-lchr.7298/galley/7345/download/

C.M. Hogenstijn. J.C. Streng, Zich met publique zaaken bemoeien. Het staatkundige debat in Overijssel tijdens het Oude Bewind, BMGN - Low Countries Historical Review, 2011, DOI: 10.18352/bmgn-lchr.7298