Competentiegericht astma-onderwijs aan huisartsenin-opleiding: door onderwijs ondersteunde kwaliteitszorg en de effecten op de klinische toestand van de begeleide patiënten

Tijdschrift voor Medisch Onderwijs, Aug 2013

B. J. van Duin, A. E. Hesselink

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2FBF03056668.pdf

Competentiegericht astma-onderwijs aan huisartsenin-opleiding: door onderwijs ondersteunde kwaliteitszorg en de effecten op de klinische toestand van de begeleide patiënten

B.J. van Duin A.E. Hesselink Onderzoek - Samenvatting Inleiding: Om de competenties van huisartsen-in-opleiding (HAIOs) bij astma te ontwikkelen, is bij het Vrije Universiteit Medisch Centrum (VUmc) een keuzemodule uitgevoerd, waarbij HAIOs slecht ingestelde astmapatinten in de stage-huisartspraktijk begeleidden. De consulten werden gefaciliteerd door onderwijsbijeenkomsten, die wat betreft inhoud en planning in de tijd afgestemd waren op de consulten in de praktijk. Methode: De 16 deelnemende HAIOs namen 72 patinten in zorg, waarvan er 38 het begeleidingstraject ook afmaakten. De consulten vonden conform huisartsgeneeskundige richtlijnen plaats aan de hand van een werkboek, waarin ook de bevindingen tijdens de patintcontacten werden vastgelegd. Resultaten: De keuzemodule was goed uitvoerbaar. Er waren geen duidelijke verschillen wat betreft geslacht, leeftijd en diagnose tussen de patinten die het begeleidingstraject wl, respectievelijk niet afmaakten. Vergelijking van het eerste en het laatste consult laat zien dat er bij de patinten die de begeleiding afmaakten, zowel wat betreft klachten als wat betreft longfunctieparameters significante verbetering was opgetreden. Discussie en conclusies: Praktijkgericht onderwijs bij een chronische aandoening, waarbij HAIOs gericht en systematisch de richtlijnen hiervoor leren toepassen, lijkt samen te kunnen gaan met het verbeteren van de kwaliteit van zorg. Ook voor andere opleidingen in de gezondheidszorg, waarin leren en werken gecombineerd worden, liggen er wellicht mogelijkheden om onderwijs en verbetering van zorg met elkaar te verbinden. (Duin BJ van, Hesselink AE. Competentiegericht astma-onderwijs aan huisartsen in opleiding: door onderwijs ondersteunde kwaliteitszorg en de effecten op de klinische toestand van de begeleide patinten. Tijdschrift voor Medisch Onderwijs 2004;23(6):281-290.) Inleiding De zorg bij chronische aandoeningen is een centraal thema in het derde jaar van de driejarige huisartsopleiding van het Vrije Universiteit Medisch Centrum (VUmc) Amsterdam. In de praktijk blijken patinten met chronische aandoeningen echter vaker bij de eigen huisarts dan bij de huisarts-in-opleiding (HAIO) te komen.1 Het kennisniveau van HAIOs ten aanzien van chronische ziekten aan het einde van de beroepsopleiding is dan ook relatief laag.2 Om zich binnen een beroepsopleiding de competenties voor het omgaan met patinten met een chronische aandoening te verwerven, is het essentieel dat hier voldoende praktijkervaring mee wordt opgedaan. Daarnaast is het van belang dat het beroepshandelen centraal staat in het onderwijs.3-7 Bij de huisartsopleiding van het VUmc is daarom de keuzemodule Begeleiden bij instabiel astma voor derdejaars HAIOs ontwikkeld. Deze module is gericht op astmapatinten en gebaseerd op de NHG-standaarden over astma.8 11 Er is voor de aandoening astma gekozen, omdat het een veel voorkomende aandoening is, waarbij verbetering van de zorg goed mogelijk is. In de Nederlandse huisartspraktijk is de prevalentie ongeveer 13 per 1000.8 Hoewel de behandelingsmogelijkheden de laatste decennia sterk verbeterd zijn, heeft gemiddeld een derde tot de helft van de bij de huisarts bekende astmapatinten klachten en beperkingen door astma.9-10 Onderbehandeling, fouten in de inhalatietechniek en een slechte therapietrouw zijn hierbij belangrijke factoren.11-12 In dit artikel beschrijven we de keuzemodule voor HAIOs, die gericht is op een systematische begeleiding van slecht ingestelde astmapatinten door HAIOs en het effect daarvan op de praktijk. We laten de opbouw en de elementen van de keuzemodule zien en presenteren enige gegevens over de uitvoering van de consulten. Om te kijken of de module effect heeft in de praktijk worden de klachten en de longfunctie bij het eerste en het laatste consult van de begeleide astmapatinten vergeleken. Setting De HAIOs waren werkzaam in huisartspraktijken in de regio Noord Holland, waar zij hun derdejaars-stage liepen. In totaal namen 16 huisartspraktijken deel. De HAIOs maakten bij de begeleiding gebruik van een werkboek, bestaande uit een instructiedeel met daarin een toelichting op de uit te voeren activiteiten en een registratiedeel, waarin de resultaten van al deze activiteiten werden vastgelegd. Daarnaast werd de uitvoering van de consulten ondersteund door onderwijsbijeenkomsten. Deze opzet maakte de module competentiegericht: het daadwerkelijk gaan werken met astmapatinten in de opleidingspraktijk staat centraal en de rol van het instituutsonderwijs is daarbij ondersteunend en faciliterend. De vorm van de module paste daardoor goed bij de uitgangspunten van het nieuwe raamplan voor de huisartsopleiding.4 Deelname HAIOs Vier achtereenvolgende derdejaars HAIOgroepen (gemiddeld 12 HAIOs per groep) volgden aan het begin van hun derde jaar n dagdeel regulier onderwijs over astma en chronisch obstructieve longaandoeningen (COPD), zoals emfyseem en bronchitis. Aan het einde van dit dagdeel konden de HAIOs kiezen voor deelname aan de keuzemodule Begeleiden bij instabiel astma. De HAIOs die voor de keuzemodule kozen, kregen een werkboek dat bestond uit een instructiedeel en een registratiedeel. Het instructiedeel was gebaseerd op de NHG-standaarden over astma.8 11 In het registratiedeel was onder andere ruimte voor de antwoorden op anamnesevragen, de resultaten van eenvoudig lichamelijk onderzoek en spirometrie, gegevens over gemaakte fouten bij het inhaleren en de therapietrouw en (veranderingen in) de behandelplannen. Ook ontvingen de HAIOs een gekalibreerde spirometer in bruikleen voor de duur van de module. Inhoud onderwijsbijeenkomsten en praktijkactiviteiten Tijdens de keuzemodule begeleidden de HAIOs, ondersteund en begeleid vanuit de huisartsopleiding, patinten met slecht ingesteld astma. Het gehele begeleidingstraject van de astmapatinten nam gemiddeld 3-4 maanden in beslag, waarbij tussen het eerste en het tweede consult 2 weken tijd zat en tussen de daaropvolgende controleafspraken 4-6 weken. De uitvoering van de consulten werd ondersteund door onderwijsbijeenkomsten die aangeboden werden op het onderwijsinstituut. De planning en de inhoud van de onderwijsbijeenkomsten was afgestemd op het begeleidingstraject in de praktijk. Tijdens alle bijeenkomsten werd aandacht besteed aan het komende consult, waarbij de daarvoor benodigde kennis en vaardigheden werden besproken en geoefend. Daarnaast werden ook de praktijkervaringen van het afgelopen consult besproken. Als aanvullende methodes werden hierbij intercollegiale consultatie en consultatie door een inhoudsdeskundig docent gebruikt. Dit werd aangevuld met het oefenen van specifieke vaardigheden (zie tabel 1). Selectie patinten De selectie van slecht ingestelde astmapatinten door de HAIOs vond volgens de instructie in het werkboek stapsgewijs plaats: als eerste stap werden op medicatiecode de patinten geselecteerd die alln kortwerkende betamimetica gebruikten (3 of meer prescripties in het laatste jaar) en daarn de patinten die daarbij ook wel eens inhalatiesteroden voorgeschreven hadden gekregen (maximaal n prescriptie in het laatste jaar). Als tweede stap werd bij deze patinten, als ze tussen de 18 en 65 jaar oud waren, in de journaalgegevens gekeken of er het laatste jaar minimaal n contact vanwege luchtwegklachten geweest was. Patinten die hieraan voldeden en geen andere longziekten hadden, werden uitgenodigd om een afspraak te maken. In de door de eigen huisarts ondertekende uitnodigingsbrief werd uitgelegd dat hun luchtwegklachten nader onderzocht zouden worden, om te bekijken of er verbetering van hun klachten mogelijk was. Na afloop van het eerste consult stelde de HAIO op grond van de criteria van de NHG-standaarden 8 een werkdiagnose. Alleen patinten die voldeden aan de criteria voor astma of astma met persisterende luchtwegobstructie kregen structurele begeleiding aangeboden. Metingen en analyse Aan de hand van de ingevulde registraties van de consulten werd per HAIO gekeken welke consulten daadwerkelijk uitgevoerd werden. Tijdens de onderwijsbijeenkomsten werd aandacht besteed aan redenen voor het niet uitvoeren van (onderdelen van) de consulten. Bij de analyses werden de gegevens van patinten die tenminste consulten 1, 2 en 5 hadden ontvangen, meegenomen. Hierbij waren de volgende gepaarde metingen uit consult 1 en 5 van belang: Het al dan niet aanwezig zijn van afwijkende longgeluiden (verlengd expirium, rhonchi, crepitaties). Het al dan niet aanwezig zijn van specifieke luchtwegklachten gedurende de laatste 3 maanden en de vraag of deze de meeste dagen/nachten aanwezig waren. Het al dan niet s nachts wakker wor den van luchtwegklachten. De n-seconde waarde (FEV-1) bij longfunctieonderzoek als percentage van de voorspelde waarde, zowel vr als na toediening van een luchtwegverwijder. Deze gegevens werden met elkaar vergeleken om zicht te krijgen op de veranderingen in klachten en longfunctieparameters bij de begeleide patinten. De resultaten werden geanalyseerd met behulp van het statistiekprogramma SPSS 8.0. Verschillen in het al dan niet aanwezig zijn van afwijkingen bij het beluisteren van de longen of van luchtwegklachten werden getoetst met de methode van Wilcoxon. Voor het vergelijken van de longfunctieparameters werd gebruik gemaakt van de t-toets. Tabel 1. Afstemming in de tijd en de globale inhoud van consulten en onderwijs. Inhoud en duur onderwijs huisartsopleiding Onderwijsbijeenkomst 0 Instructie voor selecteren patinten, vaardigheidstrainingen Uitvoeren spirometrie en Bespreken eigen ideen patint over klachten en medicatie (3 uur). Onderwijsbijeenkomst 1 Bespreken ervaringen met selecteren en oproepen patinten, instructie consult 1, vaardigheidstrainingen Interpreteren spirometrie en anamnese en Bespreken behandelingsplan (3 uur). Onderwijsbijeenkomst 2 Bespreken ervaringen consult 1, instructie consult 2, vaardigheidstrainingen Herkennen van essentile fouten bij inhaleren en Bespreken van therapietrouw (3 uur). Onderwijsbijeenkomst 3 Bespreken ervaringen consult 2, instructie consult 3, vaardigheidstrainingen Bespreken uitlokkende prikkels en Omgaan met sterodenangst (3 uur). Consult 4 (facultatief) Onderwijsbijeenkomst 4 Bespreken ervaringen consult 3 en 4, instructie consult 5, vaardigheidstraining Bespreken afbouwschema medicatie en Follow-up beleid (3 uur). Diagnostisch consult volgens richtlijnen NHG-standaarden (incl. spirometrie en reversibiliteit), vaststellen behandelplan. Bespreken beloop klachten, evt. bijstellen medicatie, checken en waar nodig corrigeren inhalatietechniek, bespreken en actief bevorderen therapietrouw. Als consult 2 n (wanneer van toepassing) bespreken verminderen blootstelling aan huisstof en belang van stoppen met roken. Bij voortduren klachten of meer behoefte aan instructie/begeleiding bij patint. Inhoud en duur onderwijs huisartsopleiding Resultaten Zestien derdejaars HAIOs namen deel aan de keuzemodule Begeleiden bij instabiel astma. In totaal namen deze HAIOs 72 patinten in zorg. Van deze 72 patinten voldeden er achteraf bezien 3 niet aan de criteria voor een werkdiagnose astma of astma met persisterende luchtwegobstructie. Zij bleken COPD te hebben. In totaal doorliepen 38 patinten het gehele begeleidingstraject, waaronder 2 van de 3 COPD-patinten. Het aantal ingesloten patinten per HAIO varieerde tussen de 1 en de 9 (gemiddeld 4,5). Ook waren er grote verschillen tussen de HAIOs onderling in het aantal consulten per patint. Drie HAIOs voerden alle consulten bij alle ingesloten patinten uit. Bij de andere HAIOs was er een per HAIO wisselende mate van uitval gedurende het begeleidingstraject. Alle HAIOs volgden alle geplande onderwijsbijeenkomsten (een enkele maal individueel ingehaald bij afwezigheid tijdens de groepsbijeenkomst). Het bleek goed mogelijk de consulten in de praktijken en de onderwijsbijeenkomsten op elkaar af te stemmen. De vaardigheidstrainingen sloten goed aan bij de praktijk en er was voldoende tijd voor consultatie over in de praktijk ervaren problemen. In kaart brengen klachten, omgaan met astma en spirometrie conform consult 1. Aan de hand van resultaten vaststellen en bespreken follow-up beleid wat betreft medicatiegebruik en controles. Nabespreking met HAIO. Er waren geen duidelijke verschillen wat betreft geslacht, leeftijd en werkdiagnose tussen de patintgroepen die het begeleidingstraject wl, respectievelijk net afmaakten (zie tabel 2). Tabel 3 beschrijft de resultaten van de metingen bij patinten in de consulten 1 en 5. Bij vergelijking van de twee consulten bleek er voor alle gebruikte parameters een statistisch significante verbetering te zijn opgetreden. Niet alleen de klachten van de patinten en de bevindingen bij auscultatie van de longen, maar ook de longfunctieparameters (nseconde waarde en reversibiliteit) bleken sterk verbeterd te zijn. Discussie en conclusies De uitvoering van de module De keuzemodule Begeleiden bij instabiel astma was facultatief. 33 % van de derdejaars HAIOs aan wie de module aangeboden werd, maakte gebruik van dit aanbod en participeerde in de module. Alle deelnemende HAIOs voerden minimaal n keer alle stappen van het begeleidingstraject uit. Het bleek goed mogelijk de consulten in de praktijken en de onderwijsbijeenkomsten in de tijd op elkaar af te stemmen. Tabel 2. Kenmerken van patinten die het begeleidingstraject wel of niet afmaakten. * Vastgesteld op basis van de spirometrieuitslagen conform de criteria van de NHG-standaard 1: astma = FEV-1 post 80 % van pred. of hoger; astma met persisterende luchtwegobstructie = FEV-1 post <80%, maar wel reversibiliteit 9 % of hoger; COPD=FEV-1 post <80 % en geen reversibiliteit aantoonbaar. Tabel 3. Resultaten van het afgemaakt begeleidingstraject op klachten en longfunctie. Afwijkingen hoorbaar bij auscultatie Hoesten laatste 3 maanden Meeste dagen/nachten laatste 3 maanden hoesten Piepen op de borst laatste 3 maanden Meeste dagen/nachten laatste 3 maanden piepen op de borst Kortademigheid laatste 3 maanden s Nachts wakker worden van kortademigheid FEV-1 vr luchtwegverwijder in % t.o.v. van pred. Mate van reversibiliteit op luchtwegverwijder in % t.o.v. van pred. Voor de meeste HAIOs was het de eerste keer dat ze de verantwoordelijkheid droegen voor een kwaliteitsproject in de huisartspraktijk. Er bleken dan ook grote verschillen te zijn tussen de HAIOs ten aanzien van het aantal patinten dat terugkwam voor vervolgconsulten. Slechts enkele HAIOs slaagden er in elke patint het begeleidingstraject te laten doorlopen. Zowel de organisatorische en communicatieve vaardigheden van de HAIO als factoren in de opleidingspraktijk (spreekuurorganisatie, rol van de opleider en doktersassistente et cetera) leken hierbij een rol te spelen. HAIOs, die er in rollenspellen tijdens de onderwijsbijeenkomsten blijk van gaven te beschikken over op de patint afgestemde advies- en voorlichtingsvaardigheden, leken ook meer succesvol te zijn in het terug laten komen van patinten voor vervolgconsulten. De directe afstemming tussen het werken met patinten en het ondersteunend onderwijs had als resultaat dat de HAIOs zich goed voorbereid voelden op wat ze met de patinten gingen doen. Daarnaast konden ervaren problemen in de uitvoering van de consulten besproken worden terwijl ze nog actueel waren. Doordat de HAIOs steeds met dezelfde fase van het begeleidingstraject bezig waren, werd duidelijk dat veel van de ingebrachte problemen door meerdere HAIOs ervaren werden. Hierdoor hadden werkvormen als intercollegiale consultatie en het (op elkaar) oefenen van gespreksvaardigheden een goed rendement. De meeste HAIOs gaven aan dat ze zich na het uitvoeren van slechts enkele, volledige begeleidingstrajecten competent voelden in het uitvoeren van adequate diagnostiek en behandeling bij astma en dat ze na de module de ondersteuning van het werkboek niet meer nodig hadden. De resultaten op patintniveau Het feit dat er geen grote verschillen in patintkenmerken waren tussen de groep die het traject afmaakte en de groep die voortijdig afhaakte, geeft aan dat er geen sprake is van selectieve uitval. Van de 72 patinten bleken er achteraf bezien 3 COPD te hebben en dus niet te voldoen aan de criteria voor een werkdiagnose astma of astma met persisterende luchtwegobstructie. Van deze 3 maakten 2 patinten het begeleidingstraject ook af. Bij de patinten die tot het einde van het traject bleven komen, waren er duidelijke verbeteringen te zien: minder klachten, minder afwijkingen bij het beluisteren van de longgeluiden en een verbetering van de longfunctieparameters. Al deze verschillen zijn statistisch significant. Ofschoon dit een positief effect van de onderwijsmodule suggereert, dienen toch enkele kanttekeningen geplaatst te worden. Door het ontbreken van een controlegroep zijn de resultaten niet met zekerheid aan de interventie toe te schrijven. Bovendien is een deel van de uitkomstmaten subjectief en vastgelegd door de behandelende HAIO zelf. Ook is de uitval van patinten groot, slechts iets meer dan de helft van de patinten volgde het hele traject. De gevonden verschillen in dit onderzoek zijn groter dan die in andere onderzoeken, waarin door onderwijs en/of nascholing geprobeerd werd de zorg aan astmapatinten te verbeteren.13-16 Hiervoor zijn diverse verklaringen te geven: De selectie van patinten: patinten die aan onze studie deelnamen, waren slecht ingestelde astmapatinten met klachten, die gemotiveerd waren om zich tijdelijk te laten begeleiden. De motivatie van de behandelend artsen: genteresseerde HAIOs, die zich op vrijwillige basis hadden aangemeld voor de keuzemodule en daarbij getraind en begeleid werden, namen deel aan dit onderzoek. De nadruk lag in de consulten sterk op belangrijke lacunes in de zorg bij astma: inadequate medicamenteuze behandeling, het tekort schieten van de inhalatietechniek en onvoldoende therapietrouw. Tenslotte was ook de beschikbare spreekuurtijd per patint duidelijk langer dan die van een gemiddelde huisarts. De kosteneffectiviteit is niet expliciet in beeld gebracht. Deze lijkt bij dit project echter gunstig te zijn, omdat de HAIOs het uitvoerend werk in het kader van hun opleiding deden. Tevens was het project gericht op patinten bij wie veel gezondheidswinst te behalen viel. Wanneer een huisarts zelf deze aanpak structureel bij alle astmapatinten in de praktijk zou toepassen, ligt de verhouding tussen de tijdsinvestering van de huisarts en de opbrengst op patintniveau waarschijnlijk ongunstiger. Veel van de taken die uitgevoerd werden door HAIOs, zoals het uitvoeren van longfunctieonderzoek (spirometrie), het geven van instructie in het gebruik van inhalatiemedicatie en het corrigeren van gemaakte fouten hierbij en het (herhaaldelijk) bespreken van de therapietrouw zijn echter goed te delegeren aan een praktijkondersteuner (een verpleegkundige in dienst van een huisartspraktijk). Hierdoor kan de kwaliteit van zorg bij astma in de praktijk verbeterd worden zonder dat dit de huisarts zelf veel extra tijd kost. Kwaliteitsprojecten binnen beroepsopleidingen Door zelf een kwaliteitsproject, gericht op een patintengroep met een chronische aandoening, in de opleidingspraktijk uit te voeren, leren HAIOs gericht en systematisch huisartsgeneeskundige richtlijnen toe te passen en competent te worden in de diagnostiek en behandeling van de betreffende patintengroep. Aan het einde van dit project vertelden veel HAIOs spontaan dat ze de tijdens deze module opgedane kennis nu ook in de gewone spreekuurcontacten bij (mogelijke) astmapatinten toepasten. Mogelijk zal er ook transfer optreden van de tijdens dit project verworven organisatorische en communicatieve vaardigheden naar toekomstige kwaliteitsprojecten gericht op andere patintgroepen. Groepsonderwijs aan HAIOs die met een zelfde soort kwaliteitsproject op de stageplek bezig zijn, biedt onderwijskundig bezien belangrijke voordelen. HAIOs kunnen hierbij leren van elkaars praktijkervaringen: ervaren problemen kunnen ingebracht worden (ter consultatie) en in de vorm van rollenspellen uitgespeeld worden. Ook is het goed mogelijk om het onderwijsaanbod af te stemmen op door de HAIOs in de praktijk ervaren lacunes in kennis en vaardigheden. HAIOs kunnen daarbij, mits gesuperviseerd door een inhoudsdeskundig docent, een rol vervullen bij het voorbereiden en uitvoeren van op deze lacunes gericht vervolgonderwijs. De komende jaren wordt het nieuwe Raamplan huisartsopleiding 4 ingevoerd. De nadruk komt daarbij meer te liggen op het leren van patintcontacten op de stageplek. De belangrijkste functie van het onderwijs aan de huisartsopleidingen wordt het ondersteunen en faciliteren van dit leren in de praktijk. Competentiegerichte beroepsopleidingen stellen bij hun onderwijs het beroepshandelen centraal. Bereikte competenties kunnen ingeschat worden aan de hand van registraties en observaties van relevante werkzaamheden en leeractiviteiten, maar ook door het beoordelen van resultaten op het niveau van de doelgroepen van het beroep. Wanneer de huisartsopleiding ook de huisartsopleiders betrekt bij de keuze van de doelgroepen voor kwaliteitsprojecten en de ondersteuning van HAIOs bij de uitvoering ervan, dan lijken er nog betere mogelijkheden te zijn om het bereiken van de onderwijsdoelen van de HAIO samen te laten gaan met het verbeteren van de kwaliteit van zorg in de opleidingspraktijk. Ook binnen andere beroepsopleidingen waarin gewerkt wordt met de combinatie leren/werken, zoals de opleidingen voor medisch specialisten en die voor verpleegkundigen, kunnen patintgerichte kwaliteitsprojecten een effectieve manier van leren zijn met meerwaarde voor de erbij betrokken patinten. Dankbetuiging Veel dank aan Henritte van der Horst voor haar heldere en deskundige adviezen en aan de HAIOs, die met enthousiasme meegedaan hebben aan het keuzeonderwijs. Ook dank aan de firmas Glaxo Smith Kline en Boehringer Ingelheim voor het ter beschikking stellen van de gebruikte spirometers. De auteurs: Drs. B.J. van Duin is huisarts en staflid Huisartsopleiding, Vrije Universiteit Medisch Centrum Amsterdam. Mw. dr. A.E. Hesselink is onderzoeker, destijds werkzaam bij het EMGO-Instituut, Vrije Universiteit Medisch Centrum Amsterdam. Summary Introduction: In order to improve GP trainees competencies in asthma management, a general practice based elective module was developed at the Free University Medical Center (VUmc), Amsterdam, the Netherlands. The trainees are attached to a general practice and during the module they were responsible for the management of patients in this practice whose asthma was inadequately controlled. The GP trainees also attend educational sessions, running in parallel with the patient consultations as regards both content and timing. Method: In 2001 and 2002, 16 GP trainees took care of 72 patients, 38 of whom completed all (> 3) consultation sessions with the trainee. The Dutch general practice guidelines on asthma provided the structure for the consultations and the findings were recorded. Results: The feasibility of the programme was good. There were no differences in gender, age and diagnosis between the patients who did and the patients who did not complete the programme. Comparison between the first and the last consultations showed a significant improvement in both symptoms and lung function in those patients who attended all consultation sessions. Discussion and conclusions: A practice-based educational module on chronic disease appeared not only to help GP trainees apply guidelines in a systematic way, but also to improve the quality of patient care. This educational approach, in which training and improvement of quality of care go side by side may also be applicable in other educational programmes in health care which combine learning and working in practice. (Van Duin BJ, Hesselink AE. A competency-based elective module on asthma management for GP trainees: an educational approach to quality of care and its effects on the clinical condition of the supervised patients. Dutch Journal of Medical Education 2004;23(6):281-290.)


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2FBF03056668.pdf

B. J. van Duin, A. E. Hesselink. Competentiegericht astma-onderwijs aan huisartsenin-opleiding: door onderwijs ondersteunde kwaliteitszorg en de effecten op de klinische toestand van de begeleide patiënten, Tijdschrift voor Medisch Onderwijs, 2014, 281, DOI: 10.1007/BF03056668