Een goede medische opleiding houdt rekening met de geloofsovertuiging en cultuuropvattingen van studenten*

Tijdschrift voor Medisch Onderwijs, Dec 2006

Bij de inrichting van de onderwijsleersituatie dient rekening gehouden te worden met relevante kenmerken van de studentenpopulatie.1 Dat zijn onder meer: vooropleiding, sekse, leeftijd, etniciteit, culturele achtergrond en geloofsovertuiging.

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2FBF03056758.pdf

Een goede medische opleiding houdt rekening met de geloofsovertuiging en cultuuropvattingen van studenten*

P.G.P. Herfs 0 0 Pro en contra in medisch onderwijs - Bij de inrichting van de onderwijsleersituatie dient rekening gehouden te worden met relevante kenmerken van de studentenpopulatie.1 Dat zijn onder meer: vooropleiding, sekse, leeftijd, etniciteit, culturele achtergrond en geloofsovertuiging. Volgens het Raamplan 2001 Artsopleiding moet de arts in opleiding beschikken over kennis en inzicht met betrekking tot menselijk gedrag in verschillende omstandigheden met name in probleemsituaties en bij verschillende culturele achtergronden (www.vsnu.nl/web/show/id=46742/langid= 43). De opleiding en de doelstellingen zijn voor iedereen hetzelfde: er wordt niet toegewerkt naar een situatie waarin bijvoorbeeld Marokkaanse artsen exclusief werken voor Marokkaanse patinten. De medische zorg in Nederland is voor iedereen toegankelijk, hetgeen haaks staat op de organisatie van de volksgezondheid langs etnische lijnen. Toch dient men in de medische opleiding rekening te houden met de geloofsopvatting van studenten. Het oefenen van lichamelijk onderzoek op medestudenten kan voor bijvoorbeeld moslimas problematisch zijn. Van opleiders mag verwacht worden dat zij met gewetensbezwaren van studenten prudent omgaan. Dan worden problemen niet gebagatelliseerd of genegeerd, maar wordt gezocht naar alternatieven: moslimas kunnen in ieder geval vrouwelijk lichamelijk onderzoek op elkaar verrichten. Wereldwijd wordt verschillend en cultuurbepaald omgegaan met het onderzoek van mammae en het inwendig onderzoek van vrouwelijke patinten door mannelijke artsen.2 In sommige landen wordt een patinte altijd vergezeld door een chaperonne, met wie ook de band kan verschillen: in islamitische landen is het een familielid, in het Verenigd Koninkrijk eerder een verpleegkundige. De Britse General Medical Council schrijft dat een chaperonne aan iedere patint moet worden aangeboden die een intiem onderzoek moet ondergaan, bijvoorbeeld van de borsten, de genitalia of het rectum (www.gmc-uk.org/guidance/library/intimate_examinations.asp). Bij de huidige vervaging van lands- en cultuurgrenzen dienen wij in onze opleiding hier rekening mee te houden. Een goede balans met de eisen die in Nederland aan de artsopleiding worden gesteld ten aanzien van de training in het lichamelijk onderzoek van mannelijke en vrouwelijke patinten, is noodzakelijk. Deze flexibiliteit mag ook aan van oorsprong buitenlandse studenten worden gevraagd. Dat geldt bijvoorbeeld voor wel of geen alcoholgebruik bij een bijeenkomst van een coassistentengroep op vrijdagvond of moskeebezoek op momenten dat onderwijs gegeven wordt.3 Het bespreekbaar maken van dit soort dilemmas en een constructieve opstelling van alle belanghebbenden moeten leiden tot een goede oplossing. * Dit artikel verschijnt ook in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Een medische opleiding kan ook gebruikmaken van de culturele verscheidenheid binnen de studentenpopulatie. In de Utrechtse geneeskundeopleiding geven buitenlandse artsen en studenten voorlichting aan jongerejaars over de organisatie van de gezondheidszorg in de herkomstlanden, zoals Afghanistan, Irak en Rusland, de beschikbaarheid van medische apparatuur en medicijnen, de verhouding arts-patint en de afstanden die patinten moeten overbruggen om een arts te zien. Zo wordt autochtone studenten de ogen geopend, terwijl het de buitenlandse artsen in staat stelt uitleg te geven over de organisatie van de volksgezondheid in hun land van herkomst. De medische opleiding kan niet zonder aandacht voor de geloofsovertuigingen en cultuuropvattingen van studenten. The ethnic composition of the student population is highly diverse, just like that of the Dutch population, and the medical curriculum should take this into consideration. The curriculum assumes that doctors will be able to recognise problems that are related to a particular cultural background. The flexibility that medical curricula are expected to display in the way they deal with cultural diversity may also be expected of both Dutch and originally non-Dutch students. Opening up dilemmas for discussion and searching for solutions in a constructive manner during the medical curriculum can contribute to a professional approach to patients later in life. (Herfs PGP. A good medical curriculum takes the religious beliefs and cultural background of the students into consideration. Dutch Journal of Medical Edu


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2FBF03056758.pdf

P. G. P. Herfs. Een goede medische opleiding houdt rekening met de geloofsovertuiging en cultuuropvattingen van studenten*, Tijdschrift voor Medisch Onderwijs, 2006, 296, DOI: 10.1007/BF03056758