Incontinentiezorg planbaarder maken

Bijzijn, Sep 2011

Nico Knibbe, Hanneke Knibbe

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

http://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12415-011-0232-8.pdf

Incontinentiezorg planbaarder maken

Incontinentiezorg wordt nogal eens in de categorie niet-planbare zorg geplaatst. t ot op zekere hoogte is dat ook inderdaad zo. Aandrang kan plotseling opkomen en aandacht vereisen. engels onderzoek laat zien dat zorgverleners het gevoel hebben in een vicieuze cirkel te zitten: weinig tijd om actief in te grijpen en incontinentie te voorkomen en alsmaar bezig zijn om clinten te verschonen en een toename van het gebruik van incontinentiemateriaal. [Hanneke en Nico Knibbe] - D fors beslag op de werktijd van e zorg voor incontinente clinten legt ook in ons land een zorgverleners. De schattingen hiernaar lopen uiteen, maar het komt voor dat meer dan de helft van de tijd van zorgverleners aan directe of indirecte incontinentiezorg wordt besteed. Daarbij wordt de zorg voor incontinente clinten als fysiek en emotioneel belastend en niet prettig ervaren en zou dit aanmerkelijk bijdragen aan de algehele werkdruk. Toch zijn er wel degelijk veel planbare onderdelen in incontinentiezorg. Het is de kunst om die kansen te grijpen en het niet-planbare deel zoveel mogelijk in te perken en de waardering voor incontinentiezorg te verbeteren. In dit artikel gaan we daar op in. Assessments Het begint al bij het begin. Vreemd genoeg ontbreekt voor de toiletgang nogal eens een goede inschatting bij de intake. Bij aanvang van het Zorg voor Beter Verbetertraject Continentiezorg bleek bijvoorbeeld dat er slechts bij 30 procent van de clinten een diagnose of beoordeling was gemaakt en bij 10 procent was er een plan van aanpak opgesteld. Na het Verbetertraject was dit sterk verbeterd. De diagnostiek bleek verdubbeld naar 60 procent, dagboeken werden voorheen zelden bijgehouden en worden nu bij meer dan de helft ingezet. Er waren veel meer goed bijgehouden plannen van aanpak. Bovendien gaven zowel clinten als zorgverleners aan de zorg beter te beoordelen. Het succes staat of valt dus met het zorgvuldig in kaart brengen van de precieze soort incontinentie, de omstandigheden en de wensen en problemen van de clint zelf en zijn naasten en daar naar te handelen. DAgboek Om die reden werden dagboeken in ere hersteld. Het beste is om ze drie keer 24 uur bij te houden. Een etmaal is daarvoor eigenlijk te kort. Op die manier ontdek je het snelste bepaalde patronen of problemen. Voorbeelden kun je vinden op www.gezondenzeker.nl en in de Kennisbank van Zorg voor Beter. Vroeger werd zon dagboekje wel een vochtbalans genoemd, maar dat is niet genoeg. Het is juist van belang allerlei bijkomende zaken ook in kaart te brengen. Het kan opvallen dat de clint altijd vlak na de koffie of voor het bezoek onrustig wordt of juist dan naar het toilet wil. Maar ook zaken als het gemak waarmee kleding kan worden verwijderd of de steun die nodig is om op te staan uit stoel of rolstoel, zijn waardevol. En natuurlijk ook de manier waarop er geplast wordt: vaak kleine beetjes of een keer een hele boel. Is het ondergoed steeds wat nat of helemaal niet. Is er haast en onrust om op tijd naar het toilet te komen. Wordt de clint overvallen door de noodzaak naar het toilet te gaan of maken zijn er al eerder signalen dat hij of zij naar het toilet wil. Schaamt de clint zich ervoor als hij nat is? Is de clint geholpen met een postoel naast het bed etcetera. Een dagboekje kan een mooie basis zijn om incontinentie met de clint bespreekbaar te maken. Voor velen is incontinentie nog een beladen onderwerp. In het verbetertraject bleek dat het bespreekbaar maken weer mooie openingen naar een goede aanpak bood. mob Il Ite Itsprotocol De tweede poot van een goede inschatting is een mobiliteitsprotocol. Onderzoek laat zien dat problemen met mobiliteit misschien wel de belangrijkste redenen voor incontinentie bij ouderen zijn. Als iemand niet meer zelfstandig kan opstaan uit een stoel is de kans op incontinentie maar liefst dertien keer zo groot. Alle reden dus om de mobiliteit in kaart te brengen en daar gericht op in te spelen. Een verhoging van stoel of toilet, speciale kleding en incontinentiemateriaal dat makkelijk en veilig zelf aan en uit gedaan kan worden zijn kansen voor continentie. Op www.goedgebruik. nl kun je informatie vinden over hulpmiddelen en technologie rond de toiletgang. mAntelzorg Behalve de al genoemde beleving en wensen van de clint is het goed om na te gaan hoe familie en vrienden erover denken. Soms hebben zij meer moeite met het acceptatieproces dan de clint zelf. Als je iemand bijvoorbeeld tijdelijk incontinentiemateriaal geeft om de toiletgang iets uit te stellen en om eventuele problemen voor te zijn, kan dat de clint veel rust geven. Voor de familie is dat soms niet te begrijpen: er wordt hier zomaar naar incontinentiemateriaal gegrepen, terwijl moeder echt niet incontinent is. Een clint kan zich dat aantrekken en weigeren om het te gaan dragen. Het taboe kan groter zijn dan je wellicht aanvankelijk dacht. o nzekerhe ID Een van de gevolgen van het op zijn beloop laten, is dat clinten onzeker worden of ze wel op tijd hulp krijgen om naar het toilet te gaan. De werkdruk is immers ook voor hen zichtbaar. Bij het ouder worden, krijg je iNco NtiN eNtiezorg later een signaal dat je moet, maar dan moet je ook echt. Clinten willen dan voor de zekerheid maar vast even gaan: je weet immers maar nooit of er straks wel iemand is om te helpen. Dat heeft tot gevolg dat zon clint steeds vaker hulp gaat vragen en een soort overgevoelige blaas krijgt. Juist door te plannen en de clint de zekerheid te geven dat er gegarandeerd iemand komt, kan die spiraal van onzekerheid en steeds vaker hulp vragen doorbreken. Je maakt dan samen met de clint de stap van niet-planbare zorg die soms zelf irritatie oproept naar planbare zorg. persoonl Ijke schem As een persoonlijke aanpak is dus belangrijk. er zijn grofweg vijf bewezen effectieve benaderingen. o p basis van de gegevens die je hebt verzameld en de wensen van de clint, kom je meestal uit op een individuele mix. De vijf manieren zijn: 1. direct ingaan op verzoek van de clint (de 5-minuten-regel); 2. toiletschemas: vaste en frequentie tijden waarop iemand naar het toilet wordt gebracht; 3. voorstellen (promptedvoiding); 4. gewoonte schemas; 5. blaastraining ad 1. Dit geeft rust en vertrouwen waardoor de vraag naar hulp af kan nemen. Maar als een clint niet kan voelen of er aandrang is of onvoldoende alert is op aandrang werkt deze aanpak niet; ad 2. Deze manier is onder meer geschikt voor clinten die geen aandrang meer voelen, geen gewoontes hebben, geen ritme in hun continentie hebben en psychisch niet meer in staat zijn om bewust te leren. z ij worden op vaste, frequente en regelmatige tijden geholpen. Dit is sterk vergelijkbaar met, maar niet hetzelfde als een toiletronde. Het verschil is dat dit ook clintgebonden kan zijn waarbij elke clint een eigen ritme heeft; ad 3. Deze aanpak helpt bij clinten die nog wel kunnen voelen dat hun blaas bijna vol is, maar ze doen er verder niets meer mee.Dan zijn er vier stappen: a. vraag de clint of hij/zij droog is en of hij/zij wil gaan b. helpen als dat zo is c. wees daar positief over d. vertel wanneer je de volgende keer weer komt vragen en geef aan dat clint dat zelf ook mag aangeven en stimuleer hem/haar dat ook te doen. Het is deze benadering die vooral in de Amerikaanse literatuur positieve effecten laat zien, ook bij clinten die al enige tijd incontinent zijn; ad 4. clinten kunnen een persoonlijke regel maat hebben, zonder dat ze zich daarvan bewust zijn. Als de clint duidelijke vaste gewoontes heeft wanneer hij/zij nat is, probeer dan daar op in te spelen in de vorm van een individueel aangepast schema; ad 5. Dit geldt bijvoorbeeld voor clinten die angstig zijn om urine te verliezen, daardoor onzeker worden en steeds vaker gaan, of voor clinten met zwakke bekkenbodemspieren e.d. z ij moeten nog wel enigermate bewust om kunnen gaan met deze sensaties en ze proberen te trainen. Het lijkt al met al heel wat, maar de essentie is dat je juist deze zorg voor een deel weer planbaar maakt en overbodige of niet passende of zinvolle handelingen achterwege laat. Je krijgt er weer meer grip op in het belang van de clint. c ontinentiezorg zal nooit volledig planbaar zijn, maar er zijn wel degelijk bewezen effectieve mogelijkheden om het planbaarder te maken.


This is a preview of a remote PDF: http://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12415-011-0232-8.pdf

Nico Knibbe, Hanneke Knibbe. Incontinentiezorg planbaarder maken, Bijzijn, 2011, 34-35, DOI: 10.1007/s12415-011-0232-8