Ongecompliceerde appendicitis behandelen met antibiotica?

Huisarts en wetenschap, Nov 2012

Is behandeling van een appendicitis met antibiotica een goed en veilig alternatief voor chirurgische verwijdering van de blinde darm? Voor patiënten met een ongecompliceerde appendicitis blijkt dit inderdaad zo te zijn. Aanvullend onderzoek blijft echter belangrijk.

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

http://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-012-0188-2.pdf

Ongecompliceerde appendicitis behandelen met antibiotica?

- Is behandeling van een appendicitis met antibiotica een goed en veilig alternatief voor chirurgische verwijdering van de blinde darm? Voor patinten met een ongecompliceerde appendicitis blijkt dit inderdaad zo te zijn. Aanvullend onderzoek blijft echter belangrijk. Wanneer de huisarts een appendicitis vermoedt of niet kan uitsluiten stuurt hij de patint door naar de chirurg. De chirurg doet verder onderzoek en tot voor kort was het voorkeursbeleid een ontstoken appendix chirurgisch te verwijderen. Aan elke operatie zitten echter risicos. Een alternatief met minder risicos zou een antibiotische behandeling zijn. De vraag is of dit werkelijk een effectief en veilig alternatief is. Om deze vraag te beantwoorden verrichtten Engelse onderzoekers een meta-analyse van vier gerandomiseerde, gecontroleerde trials van hoge kwaliteit die allen de veiligheid en effectiviteit van antibioticatherapie met een appendectomie vergeleken bij patinten met een acute ongecompliceerde appendicitis. De appendicitis was aangetoond met laboratoriumonderzoek (verhoogde infectieparameters) en echo of met een CT-scan. In totaal werden 900 volwassen patinten met een aangetoonde ongecompliceerde appendicitis gencludeerd, waarbij 470 patinten behandeld werden met antibiotica en 430 een appendectomie ondergingen. De patinten werden minimaal 30 dagen tot maximaal 3 jaar gevolgd. De primaire uitkomstmaat te was het krijgen van complicaties; in de g o oHantibioticagroep werd dit gedefinieerd e sdnals het krijgen van een peritonitis of een a lloHgeperforeerde of gangrene appendicitis. r/ lle In de appendectomiegroep ging het om u knMeen geperforeerde appendicitis, peritonia :rF tis of wondinfectie. De antibioticagroep o t Fokende minder complicaties (relatieve risicoreductie 31%, risk ratio 0,69 (95%-BI 0,54-0,89) dan de appendectomiegroep. Van de 470 gencludeerden in de antibioticagroep werden er 32 patinten gexcludeerd uit de analyse en 93 patinten (21%) kregen direct een chirurgische ingreep. De initile behandeling leverde een succespercentage op van 78% (n = 345) in de antibioticagroep. Twintig procent (68/345) kreeg opnieuw klachten en werd herbeoordeeld. Hiervan (n = 68) werd bij 19% een gecompliceerde appendicitis gevonden (13/68). De onderzoekers vonden geen patintfactoren die de kans op het wel of niet krijgen van complicaties voorspelden. Dit onderzoek laat zien dat antibiotica even veilig en effectief is als een appendectomie als eerste behandeloptie bij patinten met een ongecompliceerde appendicitis. Het blijft natuurlijk zo dat deze aandoening eerst aangetoond moet worden in de tweede lijn met aanvullend onderzoek en dat de tweede lijn de keuze maakt om antibiotica als behandeling in te zetten. Manon Randsdorp Varadhan K, et al. Safety and efficacy of antibiotics compared with appendicectomy for treatment of uncomplicated acute appendicitis: meta-analysis of randomised controlled trials. BMJ 2012;344:e2156. Doi:10.1136/bmj.e2156. CRP en Hb voorspellen mortaliteit bij ouderen Bij anemie stijgt de incidentie en prevalentie met de leeftijd. Anemie bij ouderen kan grote gevolgen hebben en leiden tot afhankelijkheid, cardiovasculaire aandoeningen, dementie en zelfs de dood. Onderzoek laat zien dat patinten met anemie zonder duidelijke oorzaak niet eerder sterven. Bij 30% van de ouderen met een anemie wordt geen oorzaak gevonden. In het Leids 85+-onderzoek werd bekeken of de onderliggende oorzaak van anemie iets zegt over de mortaliteit bij ouderen. De onderzoekers volgden 2 jaar lang 491 deelnemers van 86 jaar. Zij werden verdeeld over 3 groepen: een referentiegroep zonder anemie, een groep met anemie en een bekende oorzaak en een groep met anemie zonder bekende oorzaak. In de groep waarvan de oorzaak van anemie bekend was (nierfalen 56%, ijzergebrek 19%, vitamine B12-gebrek 15% en foliumzuurgebrek 5%) stierven tweemaal zoveel mensen als in de referentiegroep. In de groep met anemie zonder bekende oorzaak was geen overmatige sterfte in vergelijking tot de referentiegroep. De groep met bekende oorzaak had tevens een hoger CRP dan de andere groepen. Volgens de onderzoekers suggereert dit dat anemie bij ouderen alleen van belang is als er ook daadwerkelijk een oorzaak wordt gevonden. Het CRP was verhoogd als gevolg van chronische ziekten die gepaard gaan met ontstekingsfactoren. De onderzoekers bevelen bij een anemie ECI en een laag CRP geen verder invasief onderzoek aan. Willems JM. No increased mortality risk in older persons with unexplained anaemia. Age Ageing 2012;41:501-6.


This is a preview of a remote PDF: http://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-012-0188-2.pdf

Manon Randsdorp. Ongecompliceerde appendicitis behandelen met antibiotica?, Huisarts en wetenschap, 2012, 380, DOI: 10.1007/s12445-012-0188-2