Bent u uw broeders hoeder?

Huisarts en wetenschap, Jul 2015

Een disfunctionerende zorgverlener is een risico voor de kwaliteit van zorg en de patiëntveiligheid. Kwaliteit van zorg voor een patiënt wordt in toenemende mate gekenmerkt door samenwerking tussen diverse beroepen uit verschillende organisaties. Collega-zorgverleners spelen een essentiële rol bij het signaleren en bespreekbaar maken van vermoedens van disfunctioneren.

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

http://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-015-0185-3.pdf

Bent u uw broeders hoeder?

Het is al bekend dat patiënten met meer comorbiditeit vaker de huisartsenpost bezoeken. Nu is in een Noors onderzoek tijdens de H1N1-influenzapandemie in 2009 gebleken dat ook een patiënt met meer risicofactoren de huisartsenpost vaker consulteert bij griepklachten. Opvallend is dat eerder bezoek aan de eigen huisarts door deze patiënt het risico van een bezoek aan de huisartsenpost juist verkleint. In hun onderzoek bestudeerden Simonsen et al. het bezoek aan de huisartsenpost in Noorwegen tijdens de huis art s & w e t ens ch a p Bent u uw broeders hoeder? - Een disfunctionerende zorgverlener is een risico voor de kwaliteit van zorg en de patiëntveiligheid. Kwaliteit van zorg voor een patiënt wordt in toenemende mate gekenmerkt door samenwerking tussen diverse beroepen uit verschillende organisaties. Collegazorgverleners spelen een essentiële rol bij het signaleren en bespreekbaar maken van vermoedens van disfunctioneren. Weenink et al. deden een vragenlijstonderzoek onder apothekers, fysiotherapeuten, huisartsen, psychologen, psychotherapeuten, specialisten, specialisten ouderengeneeskunde, tandartsen, verloskundigen en verpleegkundigen naar hun ervaringen met disfunctionerende collegae. Disfunctioneren kan veroorzaakt worden door persoonlijke problemen als psychiatrische en somatische ziekten, door tekortschieten in professioneel handelen of een combinatie van beide. Uit hun onderzoek bleek dat eenderde van de respondenten (respons 28,5%) in het voorgaande jaar met een disfunctigrieppandemie van 2009. Dit deden zij door een grote centrale database te gebruiken. Omdat het Noorse systeem erg lijkt op dat van Nederland, en de Noren ook de ICPC-codering gebruiken, zijn de resultaten waarschijnlijk toepasbaar op de Nederlandse situatie. Zwangeren, diabeten en longpatiënten bezochten vaker de huisartsenpost met influenza-achtige ziektebeelden. Het toegenomen bezoek aan de huisartsenpost kon niet verklaard worden door meer consultatie van de huisartsenpost buiten de grieppandemie om. Ook na correctie voor geslacht, leeftijd en afstand van de patiënt tot de huisartsenpost bleef deze comorbiditeit een voorspeller voor consultatie. Een consult bij de huisarts al voor de griepepidemie was een beschermende factor, dit effect is al onerende collega te maken had gehad. Het ging daarbij in 84% om professioneel handelen. Eenderde van deze ervaringen betrof een collega uit een andere organisatie. In totaal ondernam tweederde van deze zorgprofessionals actie bij een disfunctionerende collega. De specialist ouderenzorg blijkt daarbij koploper met 84,1%, de huisarts bevindt zich in het middensegment met 62,2% en de fysiotherapeut is met 47,4% het terughoudendst. De belangrijkste reden om geen actie te ondernemen is dat het disfunctioneren niet bewezen kan worden. Daarbij speelt bij disfunctionerende collega’s uit andere organisaties de onbekendheid met de procedures binnen die andere organisatie een belangrijke rol. Bij een vermoeden van disfunctioneren van een collega waarbij de kwaliteit van zorg en de patiëntveiligheid in het geding zijn, blijkt het niet altijd vanzelfsprekend dat er actie wordt ondernomen. De toenemende multidisciplinaire samenwerking tussen zorgverleners uit verschillende organisaties werpt hierbij extra barrières op. De onderzoekers roepen beroepsgroepen, zorgorganisaties en beleidsmakers op om helderheid te creëren over hoe om te merkbaar bij één consult en neemt toe per consult. Tijdens een influenza-epidemie is de vraag naar huisartsenzorg groter bij zwangeren, longpatiënten en diabeten. Het lijkt dus logisch dat deze patiënten laagdrempelig gezien worden in de huisartsenpraktijk om de druk op de huisartsenpost te verminderen. Dit is in overeenstemming met onze NHGStandaard Influenza, al staan zwangeren daar niet als aparte risicogroep genoemd. ▪ Simonsen KA, et al. Primary care utilization among patients with influenza during the 2009 pandemic. Does risk for severe influenza disease or prior contact with the general practitioner have any influence? Fam Pract 2015;32:56-61. gaan met vermoedelijk disfunctioneren van een collega-zorgverlener in een multidisciplinaire context. U kunt als huisarts, in afwachting van richtlijnen, alvast zelf de handschoen oppakken door in gesprek te gaan met de betreffende zorgverlener over het mogelijk disfunctioneren. ▪ Marianne Dees Weenink JW, et al. Am I my brother’s keeper? A survey of 10 healthcare professions in the Netherlands about experiences with impaired and incompetent colleagues. BMJ Qual Saf 2015;24:56-64.


This is a preview of a remote PDF: http://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-015-0185-3.pdf

Marianne Dees. Bent u uw broeders hoeder?, Huisarts en wetenschap, 2015, 347, DOI: 10.1007/s12445-015-0185-3