Chronisch gebruik van antidepressiva

Huisarts en wetenschap, Dec 2016

Meer dan 30% van de gebruikers van antidepressiva gebruikt deze langer dan een jaar en slechts een minderheid stopt de medicatie in de jaren hierna, ook al zijn de klachten verdwenen. Chronisch gebruik van antidepressiva zonder indicatie veroorzaakt onnodige interacties, bijwerkingen en kosten. Bovendien geeft het een gevoel van afhankelijkheid.

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-016-0323-6.pdf

Chronisch gebruik van antidepressiva

Lidewij Broekhuizen Meer dan 30% van de gebruikers van antidepressiva gebruikt deze langer dan een jaar en slechts een minderheid stopt de medicatie in de jaren hierna, ook al zijn de klachten verdwenen. Chronisch gebruik van antidepressiva zonder indicatie veroorzaakt onnodige interacties, bijwerkingen en kosten. Bovendien geeft het een gevoel van afhankelijkheid. Bosman et al. onderzochten met een kwalitatief onderzoek wat de motieven van huisartsen en patiënten zijn om al dan niet te stoppen met het gebruik van antidepressiva. Zij interviewden 38 patiënten met een angststoornis of depressie in remissie die meer dan 6 maanden antidepressiva gebruikten, en 26 huisartsen. Het viel op dat er discrepanties waren tussen percepties van patiënten en huisartsen. Zo gaven huisartsen aan voldoende Bosman RC, et al. Long-term antidepressant use: a qualitative study on perspectives of patients and GPs in primary care. Br J Gen Pract 2016;66:e708-19. - Advies aan de huisarts bij palliatieve zorg Palliatieve zorg is een van de meest complexe taken van de huisarts. Huisartsen vragen hierover het vaakst advies aan mantelzorgers en collegahuisartsen. Het gaat dikwijls om lichamelijke klachten en minder vaak over sociale problemen en levensvragen. De bevolking vergrijst, het aantal chronisch zieken neemt toe en mensen blijven langer thuis wonen. Dit maakt dat palliatieve zorg een prominente plaats inneemt in de huisartsenpraktijk. Hoek et al. onderzochten palliatieve zorg vanuit het perspectief van de huisarts. Alle 235 huisartsen in de regio Nijmegen ontvingen een vragenlijst met antwoordopties op een vijfpuntsschaal. De onderzoekers vroegen hoe de huisarts palliatieve zorg verleent, wie men om advies vraagt en over welk kennis te hebben om een depressie of angststoornis te behandelen, terwijl patiënten aangaven dat dit niet altijd zo was. Daarnaast vonden sommige huisartsen dat de patiënt zelf het initiatief kon nemen om te stoppen, terwijl patiënten opmerkten dat zij liever gezamenlijk besloten of zelfs het initiatief van de huisarts moest komen omdat zij er niet toe in staat waren. Patiënten wilden vaak stoppen omdat ze de medicijnen onnatuurlijk en ‘chemisch’ vonden. Huisartsen vonden het lastig dat de richtlijnen geen concrete aanbevelingen doen over het maken van afspraken rondom het afbouwen of stoppen van de medicijnen, en ook speelde gebrek aan tijd hun parten. De auteurs suggereren dan ook mogelijke oplossingen om onnodig chronisch gebruik van antidepressiva te verminderen: delegatie van het monitoren naar de poh-ggz, en het maken van duidelijke afspraken bij de start van antidepressiva over wanneer te stoppen onderwerp het ging. Huisartsen gaven tevens aan hoe tevreden ze over de consultaties zijn. Er werden 119 ingevulde vragenlijsten geanalyseerd (respons 50,6%). Uit de resultaten blijkt dat 56% van de huisartsen palliatieve zorg verleent aan minstens zes patiënten per jaar. De meerderheid vraagt advies bij nul tot drie patiënten, doorgaans in de laatste levensmaand. Meestal raadpleegt de huisarts mantelzorgers en collegahuisartsen. Het onderwerp van gesprek is dikwijls een lichamelijk probleem. Sociale problemen en levensvragen worden minder vaak besproken. Over het algemeen zijn huisartsen tevreden over de mogelijkheden tot overleg. Het meest tevreden zijn ze met de adviezen van hun collega’s en het palliatief consultatieteam. De onderwerpen waarover huisartsen weinig advies vragen, worden mogelijk ook minder met de patiënt besproken. Sociale kwesties en levensvragen zijn echter wel relevant in de laatste levensfase. De onderzoekers pleiten ervoor om deze thema’s voldoende aandacht te geven in de palliatieve zorg. ▪ Ondertussen op henw.org Kun je van pioglitazone blaaskanker krijgen? Leidt goede ketenzorg tot minder ziekenhuisopnames bij patiënten met hartfalen? Helpen bewegingsmeters bij afvallen? Het 100e journaaltje van Tjerk Wiersma (Liever dabigatran of rivaroxiban?)


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12445-016-0323-6.pdf

Lidewij Broekhuizen. Chronisch gebruik van antidepressiva, Huisarts en wetenschap, 2016, 537, DOI: 10.1007/s12445-016-0323-6