Landelijk versterken van preventie betekent ook versterken van de lokale infrastructuur

Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen, Oct 2017

Gerard Molleman

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12508-017-0069-y.pdf

Landelijk versterken van preventie betekent ook versterken van de lokale infrastructuur

Tijdschr gezondheidswet Landelijk versterken van preventie betekent ook versterken van de lokale infrastructuur Gerard Molleman 0 0 G. Molleman ( ) Academische werkplaats AMPHI-Radboudumc, GGD Gelderland Zuid , Nijmegen , Nederland Jong Leren Eten - een mooi initiatief - Eind 2016 is het ministerie van Economische Zaken gestart met het vierjarige programma Jong Leren Eten. Dit ministerie wil graag dat kinderen alles leren over eten. Over groenten, fruit en vlees, en over de herkomst en smaak van voedsel, zo is te lezen op de website van Jong Leren Eten [1]. Het programma wil kinderopvangcentra en scholen ondersteunen en zo bevorderen dat kinderen en jongeren leren kiezen voor gezond en duurzaam eten. Een zinvolle en prima doelstelling, want daar kan nog veel aan verbeterd worden. Het is positief dat Economische zaken een duurzaamheids- en milieuagenda verbindt met die van gezondheid en daar ook een uitvoeringsbudget voor beschikbaar stelt. Vanuit gezondheidsbevordering en preventie pleiten we er al heel lang voor om maatschappelijke en beleidssectoren gezamenlijk op te laten trekken om gezondheid te bevorderen. Dat heeft meer impact. Maar hoe ging het toen verder? Een landelijk dekkend netwerk van makelaars of ambassadeurs moet de verbinding gaan maken tussen de ‘groene’ en de ‘witte’ wereld, de duurzame en de gezonde voeding. Deze makelaars gaan de scholen en kinderopvangcentra ondersteunen om allerlei programma’s over groenten, fruit en vlees uit te voeren. Per provincie komt er één persoon die deze functie gaat vervullen, zo is het oorspronkelijke idee. Dan heeft het landelijke ondersteuningspunt een overzichtelijke groep om aan te sturen. Er was haast bij, want al eind januari 2017 zou de aftrap van het programma plaatsvinden tijdens de Nationale voedseltop in Den Haag. Daar moest het provinciale netwerk met staatsecretaris Martijn van Dam op de foto. Verschillende instellingen vanuit de milieu- en gezondheidskant werden uitgenodigd om binnen twee weken een kandidaat voor de eigen provincie voor te dragen. Inbreng GGD’en is gewenst Twee van de drie Gelderse GGD’en hebben Gezonde School-adviseurs in dienst die, werkzaam vanuit een duidelijke structuur en een goede dekkingsgraad, met heel veel scholen in hun werkgebied contact hebben. Zij voeren Gezonde School-programma’s uit, onder andere op het terrein van voeding. Het programma Jong Leren Eten en de Gezonde School-aanpak sluiten naadloos op elkaar aan en kunnen elkaar prima versterken. De GGD’en stellen voor om de coördinatiefunctie gezamenlijk in te vullen. Economische Zaken zou dan direct gebruik kunnen maken van het bestaande netwerk en bovendien kan zo een natuurlijke verbinding worden gelegd met de professionals van de GGD die dag in, dag uit op het uitvoerende vlak bezig zijn. De voordelen lijken evident, want het opbouwen van een effectief netwerk kost jaren, zo weten we uit ervaring. Bovendien horen we vanuit het onderwijs dat veel scholen niet zitten te wachten op weer een nieuwe persoon die via het onderwijs een tijdelijk project komt aanprijzen. De Gezonde School-aanpak is mede ontwikkeld omdat de scholen de versnippering van het aanbod niet meer willen en omdat het versnipperde en tijdelijke karakter van het aanbod ook niet efficiënt en effectief blijkt te zijn. Het projectbureau van Economische Zaken vond het aanbod van de Gelderse GGD’en maar lastig en heeft daar uiteindelijk slechts gedeeltelijk gebruik van gemaakt. Het projectbureau vond het belangrijk om in Gelderland ook iemand vanuit de voedsel- en milieuwe Landelijk versterken van preventie betekent ook versterken van de lokale infrastructuur 229 reld bij het project te betrekken, zodat de insteek breder is dan alleen de Gezonde School-aanpak. Voor dat laatste is zeker wat te zeggen. En als je nu naar het overzicht van makelaars op de website van Jong Leren Eten kijkt, dan bestaat die lijst uit een mooie mix van personen vanuit de gezondheids- en natuureducatie. Ook de rest van de site laat zien dat er sinds de start behoorlijk is geluisterd en dat de aansluiting bij de lokale infrastructuur is verbeterd. Rijksoverheid start top-down een veelheid aan projecten Dit voorbeeld staat niet op zichzelf. De rijksoverheid start met vaak tijdelijke financiële middelen steeds opnieuw acties rondom gezondheidsthema’s. Voorbeelden van de afgelopen jaren zijn Jongeren op Gezond Gewicht, de Gezonde Kinderopvang, regionaal adviseurs Gezonde School, de GIDS-gelden, regeling buurtsportcoaches en de Sportimpuls. Het zijn stuk voor stuk thema’s die relevant zijn en waarbij het goed is dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt. Ook lovenswaardig is dat dit steeds sterker intersectoraal gebeurt. Vaak zijn ze ook het gevolg van toezeggingen aan de Tweede Kamer. Bij al deze thema’s en programma’s moet het werk lokaal worden gedaan. Desondanks wordt er bijna steevast weer een aparte landelijke organisatie opgezet die in sterke mate de lokale organisatie wil bepalen. Dat is niet efficiënt. Het wiel wordt te vaak uitgevonden. Bovendien leidt de zoveelste top-downactie van de Rijksoverheid geregeld tot ergernis bij professionals die lokaal al met het thema bezig zijn, vaak met beperkte middelen. Lokale vertegenwoordigers, zoals ambtenaren en GGD-professionals, worden geacht deel te nemen aan landelijke bijeenkomsten om mee te helpen bedenken hoe het beste van elkaar geleerd kan worden en ervaringen optimaal gedeeld kunnen worden. Met dit top-downbeleid worden verkokering en versnippering in de hand gewerkt. Landelijk wordt er niet vanuit een overkoepelende visie nagedacht over het opzetten van een goede preventieve infrastructuur. We zijn er met zijn allen bij gebaat wanneer expertise landelijk meer gebundeld wordt. Daar was het Centrum Gezond Leven (CGL) tien jaar geleden voor opgericht. Het zou van wijsheid van het nieuwe kabinet getuigen als ze het CGL daar meer voor in positie zou brengen en daar meer gebruik van zou maken. De manier waarop het CGL werkt ondersteunt de regio en is een voorbeeld van hoe het wel kan [2]. Een lokale structuur is nodig om projecten in te bedden Maar er moet niet alleen op het landelijke niveau iets gebeuren. Als argument om de landelijke stimuleringsprogramma’s op deze manier op te zetten horen we vaak het volgende: er is geen landelijk dekkend netwerk voor gezondheidsbevordering en preventie waarop landelijke partijen makkelijk kunnen aansluiten. Dat is weliswaar een basistaak van de GGD als publieke gezondheidsdienst, maar die wordt per regio erg verschillend ingevuld. Als je de kaart van Nederland ziet dan zijn er veel witte vlekken: gebieden waar de preventieve infrastructuur nauwelijks op orde is. Daar ligt een taak voor GGDGHOR en de DPG’en om duidelijker te investeren in gezondheidsbevordering en een preventieve infrastructuur. Dat is toch vooral een kwestie van een overtuigend verhaal vertellen aan de gemeenten die voor de financiering verantwoordelijk zijn. Daar liggen beslist kansen, omdat met de integrale aanpak die men met de transities voorstaat preventie duidelijker en steviger naar voren komt als belangrijk onderdeel van betere zorgverlening, tegen een beheersbare prijs. Het opbouwen van een preventieve infrastructuur kost tijd. Zodra je die hebt, biedt dat veel kansen om het gezondheidsdomein te verbinden met het sociale en fysieke domein. Dan krijgt integraal en intersectoraal beleid handen en voeten. Uiteindelijk heb je lokaal mensen nodig die de verbinding kunnen leggen tussen gezondheid (gezondheidsbevorderaars van GGD, verslavingszorg, ggz en thuiszorg), sport en bewegen (buurtsportcoaches), het sociale domein (opbouwwerkers en sociale wijkteams) en het fysieke domein (professionals die met de omgevingswet bezig zijn). Als extra landelijke middelen kunnen worden ingezet om de lokale middelen en mogelijkheden voor specifieke thema’s te verruimen, dan helpt dat zowel voor het realiseren van de landelijke doelstellingen, als voor het versterken van de lokale infrastructuur. Daarmee wordt belastinggeld nuttiger besteed. De uitdaging is erin gelegen om een pluriform beleid voor te staan, waarin ruimte is voor verschillende aanvliegroutes en begrip voor elkaars werelden. Het verbinden en versterken van mogelijkheden om een dergelijk integraal beleid verder te brengen behoort tot de kerntaken van de publieke gezondheid. Literatuur 1. https://www.jonglereneten.nl 2. https://www.loketgezondleven.nl/


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12508-017-0069-y.pdf

Gerard Molleman. Landelijk versterken van preventie betekent ook versterken van de lokale infrastructuur, Tijdschrift voor gezondheidswetenschappen, 2017, 229-230, DOI: 10.1007/s12508-017-0069-y