Zusjesliefde

Kinderopvang, Oct 2017

Baby Anna heeft een zus, Iris van drie, die op de peutergroep zit. Anna is een actieve baby, die lekker van zich laat horen. Haar zus is meer timide, heel sensitief en stil op de groep. Hoe drukker het is op de groep, hoe meer zij zich terugtrekt. De zusjes zijn duidelijk erg gek op elkaar:

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs41189-017-0159-x.pdf

Zusjesliefde

- Je brein denkt bij een verandering al snel: help, een bedreiging! En daardoor gaat het ook vaak snel in de alarmstand. Zeker als die verandering betekent dat je gedrag moet gaan vertonen dat je nog niet eerder hebt hoeven laten zien. Dan kan de alarmstand zelfs omslaan in faalangst. Nu hoeft dat niet erg te zijn, want positieve faalangst (ja, die bestaat) zorgt ervoor dat we extra ons best gaan doen. Maar als de faalangst te groot wordt, kan het negatieve faalangst worden. En die leidt uiteindelijk vaak tot onzekerheid. Als bij een liefdespaar (bekend terrein) ineens een kind wordt toegevoegd en ze een ouderpaar worden (onbekend terrein), dan kan die verandering dus tot onzekerheid leiden. Aan de ene kant heb je er ineens een relatie bij, en de relatie je al had, verandert. Een sociale (en emotionele) aardverschuiving dus. Nu is de vraag wat je in zo’n periode nodig hebt. En wat blijkt? Wat je dus níet nodig hebt is advies. Dus geen: ‘Dat-moet-je-zodoen’ en al helemaal geen: ‘Dat-heb-ikook-een-keer-gehad.’ En ook geen welgemeend: ‘Joh-je-moet-je-niet-zo-drukmaken.’ Want wat blijkt uit elk onderzoek? Mensen willen een luisterend oor. En daarna willen ze alleen advies als ze daar zelf om hebben gevraagd. Ze willen helemaal niet dat jij het oplost, ze willen hun verhaal kwijt; ze willen het delen. Als pedagogisch medewerker is dat dan dus ook je primaire taak; luisteren. Nu denk je dat dat helemaal niet moeilijk is, maar dat is het wel. Als jij denkt dat luisteren niet zo moeilijk is, verwar je het misschien met horen. Horen is niet moeilijk, daar heb je alleen maar een paar goede oren voor nodig. Maar voor luisteren moet je een ‘vrijgemaakte geest’ hebben. En dat blijkt zo eenvoudig nog niet. Dus als ouders naar je toe komen; luister en vraag door. En kom pas met je advies over deze moeilijke eerste periode als je ernaar gevraagd wordt. Zusjesliefde Baby Anna heeft een zus, Iris van drie, die op de peutergroep zit. Anna is een actieve baby, die lekker van zich laat horen. Haar zus is meer timide, heel sensitief en stil op de groep. Hoe drukker het is op de groep, hoe meer zij zich terugtrekt. De zusjes zijn duidelijk erg gek op elkaar: Iris staat geregeld buiten bij ons aan het hek om te kijken of Anna wakker is. Dan moet er even een knuffel worden gegeven. Steeds vaker staat Iris aan het hek. Dan vraagt ze heel voorzichtig of ze op de babygroep mag spelen. Een peuter op de groep is altijd gezellig en na goedkeuring van de peuterleidster komt ze huppelend de groep binnen. Dan blijkt dat zusje Anna eigenlijk helemaal niet zo interessant is: Iris vindt de rust en onverdeelde aandacht op de babygroep gewoon heerlijk. Ze komt helemaal los en begint te kletsen over wat haar bezighoudt of ze kruipt haar zusje achterna. Ze knutselt mee en mag mee-eten tussen de middag. Een sprankel in haar ogen, Iris geniet zo intens. Terwijl we broodjes smeren heeft Iris het over de geboorte van haar zusje. Mama in het ziekenhuis, toen ineens een COLUMN DORIEN GERRITSEN IS PEDAGOGISCH MEDEWERKER BIJ DE PINKENSTAL VAN KIN DEROPVANGORGANISATIE EIGEN & WIJZER IN LOOSDRECHT EN GEEFT DAARNAAST OPVOED ONDERSTEUNING AAN OUDERS EN PROFESSIONALS. snee in haar buik en hup daar was Anna. Iris heeft het hoogste woord: wat heerlijk om te zien hoe los zij komt. Anna brabbelt wat mee en krijgt af en toe een broodje toegestopt van zusje Iris. Na het eten helpt Iris mee schoonmaken. Stofzuigen en poetsen. Wij sturen een foto naar papa en mama die blij zijn om haar zo bezig te zien: ‘Zo willen ze haar thuis ook wel inzetten!’ Met een big smiley erachter. Opgeladen keert Iris weer terug naar haar vriendjes op de peutergroep. En de donderdag daarna staat ze alweer springend bij het hekje: ‘Mag ik weer mee-eten?’


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs41189-017-0159-x.pdf

Dorien Gerritsen. Zusjesliefde, Kinderopvang, 2017, 14-14, DOI: 10.1007/s41189-017-0159-x