Ruby’s vuur

Jeugd en Co, Dec 2017

Ze was acht jaar en heette Ruby. Ze nestelde zich in mijn hoofd als een liedje: Ruby was het meest bijzondere kind bij mijn vader op school. Passend onderwijs bestond nog niet. De lom-school wel. Mijn vader was er directeur en Ruby spuwde haar vurige temperament in alle hoeken die ze kon vinden. Mijn vader maakte het onderwijs passend voor haar.

A PDF file should load here. If you do not see its contents the file may be temporarily unavailable at the journal website or you do not have a PDF plug-in installed and enabled in your browser.

Alternatively, you can download the file locally and open with any standalone PDF reader:

https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12449-017-0083-5.pdf

Ruby’s vuur

Ruby's vuur - ‘Het werkt vaak niet om als volwassene een jongere autoritair te benaderen. We hebben hier best veel gro te, stoere medewerkers die het tegen jongeren durven toe te geven als ze fout zaten of hun dag niet hadden. Daarmee kweek je nabijheid, dat heb je nodig als je bij deze groep wat wilt bereiken.’ Brouwer realiseert zich dat de Hoenderloo Groep met zijn bosrijke omgeving en charmante gebouwen in het voordeel is. ‘De paarden en honden die hier zijn, zet ten we bijvoorbeeld ook therapeutisch in. En als een jongere opgefokt is, kan hij naar buiten om af te koe len, onder begeleiding van een medewerker. Dan heb je geen separeer nodig.’ Op de vraag of de separeerruimte helemaal weg kan, aarzelt ze. ‘Ik ben geneigd om ja te zeggen. Het is meer voor de medewerkers, dat ze weten dat deze er is, mocht het écht nodig zijn voor de veiligheid van hen zelf of de kinderen. Als we de separeer definitief weg zouden doen, heb je wel een ander soort veilige ruim te nodig. Een comfortroom, een intensive care unit of hoe je het ook noemt, heeft een zachtere, vriendelij ker uitstraling, maar ook daarmee moet je oppassen. Het blijft afzondering en daar willen wij juist vanaf. Ik ben er meer voor een jongere naar zijn kamer te begeleiden, dat is zijn eigen plek. En hem daar niet alleen te laten, want getraumatiseerde kinderen wil je niet wegsturen. Dat hebben ze al te veel meegemaakt, ze hebben nabijheid nodig. Als ze op hun eigen kamer iets kapot gooien, vind ik dat niet zo erg. Dit vraagt veel van het personeel, maar een kind in crisis mag je niet alleen laten. Ook niet op zijn eigen kamer. Dus laten we de deur liefst open, met een medewerker die de wacht houdt. Soms hele nachten. Dat is altijd veel beter dan een jongere in afzondering achter een geslo ten deur. Separeren maakt vaak veel kapot.’ • Ze was acht jaar en heette Ruby. Ze nestelde zich in mijn hoofd als een liedje: Ruby was het meest bijzondere kind bij mijn vader op school. Passend onderwijs bestond nog niet. De lom-school wel. Mijn vader was er directeur en Ruby spuwde haar vurige temperament in alle hoeken die ze kon vinden. Mijn vader maakte het onderwijs passend voor haar. Hij creeerde een speciaal kamertje, dat hij Ruby’s Place noemde. In dit hokje kon ze zich terugtrekken als het haar te veel werd in de klas, en voelde ze zich veilig. Daardoor werd haar vuur aanraakbare warmte. Vandaag loop ik een ochtend rond op één van onze scholen voor speciaal onderwijs. Ik zie bijzondere kinderen die er, net als Ruby, gewoon bij willen horen, gezien willen worden en hun dromen willen waarmaken. Ook voor hen worden oplossingen op maat gezocht. Ik bewonder de zachtmoedigheid en het grenzeloze geduld van de leerkrachten, waardoor de kinderen rustig worden en zich geaccepteerd voelen. Hun jonge jaren zijn zo belangrijk, zowel voor hun levensgeluk als kind als voor hun toekomst. Investeren in gewone bijzondere kinderen is van vitaal belang. Dat kun je bijvoorbeeld doen door met professionals uit het onderwijs, de kinderopvang en de jeugdhulp samen een team te vormen om het kind heen. Eén team van deskundigen in spelen, leren en opvoeden, dat samen met de ouders en met elkaar zorgt dat ieder kind tot z’n recht komt. In het regeerakkoord staat dat kinderen uit een achterstandssituatie, met name op het gebied van taal, zestien uur per week toegang krijgen tot voorschoolse voorzieningen. Een gemiste kans! Álle kinderen moeten toegang krijgen tot voorschoolse voorzieningen. Zij hebben allemaal recht op een rijke leer- en ontwikkelomgeving, zowel tot hun vierde jaar als op school. Ruby had geen leerachterstand. Pas halverwege de basisschool kwam ze bij mijn vader op school, nadat ze elders was geschorst. Ik had het haar gegund om al eerder in een veilige omgeving les te krijgen. Laten we dat voor de kinderen van nu waarmaken. • Annet van Zon is voorzitter van de raad van bestuur van Entrea Lindenhout.


This is a preview of a remote PDF: https://link.springer.com/content/pdf/10.1007%2Fs12449-017-0083-5.pdf

Annet van Zon. Ruby’s vuur, Jeugd en Co, 2017, 14-14, DOI: 10.1007/s12449-017-0083-5